Blog Rottumerplaat: Evenementenfestival april 2026
Op Rottumerplaat volgt de natuur haar eigen programma. Zonder aankondiging of applaus voltrekken zich hier, dag na dag, kleine en grote gebeurtenissen. Een eerste aankomst, een roep in de mist, een nest dat plots gevonden wordt. In april betreden de vogelwachters het denkbeeldige festivalterrein en delen ze wat zich aandient: geen vaste tijden, geen tickets, alleen aandacht. Welkom bij het Evenementenfestival Rottumerplaat — waar de natuur zelf bepaalt wat er op het programma staat.
1 april
Vrouw blauwe kiekendief boven de stuifdijk zwevend in het zonlicht.
2 april
Op Rottumerplaat rukt de zeldzame zeewolfsmelk op. Op de gele bloemen is het nog even wachten. Wel alvast duidelijk: kijken mag, aanraken niet, want giftig!
3 april
De vroegeling bloeit uitbundig. Bloempjes van slechts twee millimeter vragen om een blik omlaag. Het hobbelige terrein helpt daar vanzelf bij.
4 april
Een eerste zeearend. Lang aanwezig. Verwondering krijgt de tijd.
5 april
Nestelend met een verpletterend uitzicht op zee wint de grauwe gans de schoonheidsprijs.
6 april
Een kopgroep rosse grutto’s strijkt neer op Plaat. Vroeg, zo blijkt, want de dagen erna blijft het stil.
7 april
Op de Stuifdijk een weelde aan tjiftjaffen. De nacht bracht zangvogels, zon en windstilte maken ze zichtbaar.
8 april
Op de Oostpunt steken acht blauwe reigers over naar Rottumeroog. Opvallend, want soorten die landinwaarts alledaags zijn, blijven hier vaak schaars. De dag doet zijn naam eer aan.
9 april
Twee goudplevieren hebben nu al hun zomerkleed aangetrokken.
10 april
Twee paartjes slechtvalk — goed nieuws. Sinds 2005 pas voor de vierde keer dubbel aanwezig. Let op waar je stapt: hier broeden ze op de grond.
11 april
Overal waar je kijkt: zeearend. Drie in één blik, de vierde cirkelt al mee.
12 april
Gewoon speenkruid aangetroffen. Hier ongewoon: sinds 2016 niet meer gezien.
13 april
Wie te dicht komt, krijgt een waarschuwing. De eider vlucht, maar laat iets achter — warm, scherp van geur, recht op haar eieren.
14 april
Nameting: dertig meter Stuifdijk is dit najaar verdwenen in zee.
15 april
De eerste visdieven reiken een visje aan — een sprankje hoop dat zij het accepteert.
16 april
Twee buizerds op de Stuifdijk. Hun paring voltrekt zich op de grond, tussen helm en stuifzand, onverwacht dichtbij.
17 april
Eerst alleen zichtbaar, nu tek tek tek — drie stappen door de lucht, dan weer stilte: de beflijster.
18 april
Een witte kwikstaart, laag en doelgericht, draagt bouwmateriaal langs.
Het nest is nooit ver weg.
19 april
Plots verstoord vliegt een bruine kiekendief op, een konijn los bungelend mee. Jacht en noodzaak, zichtbaar dichtbij.
20 april
De heggen zwijgen, struiken houden adem, bomen verraden niets — alleen kwikstaart, heggenmus en kneu houden wacht.
21 april
Het buizerdnest van vorig jaar waaide uiteen, nu is het afwachten waar dit jaar thuis zal zijn.
22 april
Een klein koolwitje fladdert dapper tegen de wind in, vastbesloten de stuifdijk over te steken.
23 april
Grauwe‑ganzenouders leiden hun pullen het eiland over,
tegen de wind in — elke stap kost moeite, elke meter overtuiging.
24 april
Het eiland droogt op: waar vorige week nog een plasje lag,
zie je nu craquelé en de eerste aanzet van jonge aanwas die de plaat anders zal kleuren.
25 april
De geur van jonge zeealsem: zilt en groen, alsof de zee zelf net over droog land is gewaaid. Iets bitter‑kruidigs, fris en scherp, met een zweem van zilver en zon —een geur die belooft dat ook de lage kwelder langzaam wortel schiet.
26 april
In een stille inham op het schelpenstrand staat de strandplevier roerloos,
tot ze ineens wegrent — drie eitjes, zo klein als de schelpen, blijven even achter.
27 april
Voor het derde jaar broeden brandganzen op Plaat. Ze glippen — naar eigen idee onzichtbaar — van het nest weg en staan verderop ineens rechtop, alsof er niets aan de hand is.
28 april
Op de noordkwelder licht de lucht even op: vijftig strandleeuweriken vallen in als dwarrelend zand, een onverwachte stiltebreuk vol leven.
29 april
Een deel van de kiekendieven keert terug naar vertrouwde grond.
Ze zijn snel gezien — in de nesten liggen al eitjes.
30 april
We horen van trek: bijeneters, zwarte wouw — dat zet de dag op scherp, vol verwachting, en dan ineens, vluchtig gezien: de hop op trek. Blij.
