Nieuwe methodiek voor areaalberekening in de Waddenzee
Binnen het kennisprogramma Beheer en Onderhoud Waddenzee hebben Rijkswaterstaat en Deltares een rapport gemaakt over een nieuwe manier om arealen in de Waddenzee te berekenen.
Arealen is het oppervlak van verschillende diepteklassen, zoals geulen en intergetijdengebieden. Veranderingen in deze arealen geven inzicht in de lange termijn ontwikkeling van de Waddenzee, de ecologie en de bevaarbaarheid.
Uit het onderzoek blijkt dat de gekozen methodiek voor areaalbegrenzing grote invloed heeft op de uitkomsten. Afhankelijk van de gebruikte methode kunnen de berekende oppervlakten tot 40% verschillen. Ook kunnen trends veranderen, bijvoorbeeld van een toename naar een afname. Daarom is onderzocht hoe gevoelig de resultaten zijn voor de gekozen aanpak en zijn er aanbevelingen gedaan voor één eenduidige en robuuste standaardmethode.
Belangrijkste aanbevelingen
Gebruik van GHW- en GLW-kaarten
Het intergetijdengebied kan het beste worden afgebakend op basis van kaarten van Gemiddeld Hoogwater (GHW) en Gemiddeld Laagwater (GLW), in plaats van vaste verticale grenzen van -1 tot +1 m NAP. Vaste grenzen kunnen op sommige plekken leiden tot een te groot of juist te klein intergetijdengebied.
Gebruik van een langjarig gemiddelde voor waterstanden (19 jaar)
Jaarlijkse schommelingen in waterstanden (ongeveer 5–10 cm) hebben een grote invloed op de berekende arealen en kunnen trends vertekenen. Daarom wordt voor morfologisch onderzoek aangeraden om te werken met een voortschrijdend gemiddelde van 19 jaar. Zo worden langzame veranderingen, zoals zeespiegelstijging, beter zichtbaar en speelt de invloed van de maan minder mee. Voor andere toepassingen, zoals ecologisch onderzoek, kan het juist nuttig zijn om naar de waterstand van één specifiek jaar te kijken.
Meebewegende grenzen bij wantijen
Als standaard wordt geadviseerd om grenzen te gebruiken die meebewegen met de wantijen. Dit sluit beter aan bij natuurlijke veranderingen in het systeem. In sommige gevallen kan een vaste grens toch handig zijn, bijvoorbeeld als je alleen bodemveranderingen wilt onderzoeken zonder invloed van verschuivende wantijen.
Waarom dit belangrijk is
Zonder een goede en vaste methode kunnen veranderingen in arealen ontstaan die eigenlijk worden veroorzaakt door wisselende waterstanden, en niet door echte veranderingen van de bodem. Door overal dezelfde aanpak te gebruiken, worden resultaten beter vergelijkbaar en kunnen trends betrouwbaarder worden beoordeeld.
Het doel is om deze methodiek als nieuwe standaard toe te passen binnen Digitale Systeemrapportage van de Waddenzee en andere morfologische studies. Daarmee ontstaat een stevigere basis voor het volgen en duiden van de langjarige ontwikkeling van dit unieke systeem.
Meer weten over Kennisprogramma Beheer en Onderhoud Waddenzee en andere rapportages: Kennisprogramma Beheer en Onderhoud Waddenzee - Rijkswaterstaat Publicatie Platform
