Onderzoek: Nieuwe modelaanpak geeft inzicht in duurzaam sedimentbeheer in de Waddenzee
In een nieuwe studie van Rijkswaterstaat en Deltares is onderzocht hoe Delft3D-FM en SedTRAILS kunnen helpen om beter te begrijpen wat er gebeurt met baggersediment nadat het is teruggestort in 2 verspreidingslocaties in het AmelanderZeegat. De modellen laten zien hoe het sediment zich na verspreiding door het systeem verplaatst en waar ze mogelijk neerslaan. Deze kennis helpt op termijn om sediment slimmer terug te storten en zo bij te dragen aan duurzaam beheer van de Waddenzee.
Sediment in het systeem houden
Om de Waddeneilanden en havens bereikbaar te houden, wordt in een aantal vaargeulen op de Waddenzee regelmatig gebaggerd. Het gebaggerde zand en slib wordt vervolgens verspreid op aangewezen locaties in de Waddenzee. Door het sediment in het systeem te houden, blijft het beschikbaar voor natuurlijke processen die bijdragen aan het behoud van geulen, zandplaten en eilanden.
Rijkswaterstaat streeft naar een zo efficiënt mogelijke manier van verspreiden, zodat zowel de kosten als de effecten op de natuur beperkt blijven. Daarom is het belangrijk om geschikte verspreidingslocaties te kiezen. Zo wordt voorkomen dat sediment snel terugstroomt naar de vaargeul of zorgt voor extra vertroebeling van het water.
Modellen geven inzicht in verspreidingslocaties
In de studie zijn met behulp van hydrodynamische simulaties in Delft3D-FM en de visualisatietool SedTRAILS de transportpaden van zanddeeltjes gevisualiseerd en onderzocht voor twee verspreidingslocaties, die veel in het Ameland Zeegat gebruikt worden: Zuiderspruit en Scheepsgat.
De modelresultaten laten zien dat sediment vanaf het Scheepsgat onder representatieve omstandigheden vooral in westelijke richting wordt getransporteerd. Slechts een klein deel keert terug naar nabijgelegen platen. Bij Zuiderspruit is het verspreidingspatroon complexer. Ongeveer twee derde van het sediment verplaatst zich westwaarts. Het overige deel beweegt oostwaarts en draagt bij aan de ophoping van sediment dieper het bekken in, richting het wantij. Dit laat duidelijk zien dat de exacte stortlocatie zelfs binnen één aangewezen verspreidingsgebied een grote invloed kan hebben op de uiteindelijke route die het sediment aflegt. Het is daarom van belang dat we goed in kaart brengen, waar het sediment vanuit de verschillende verspreidingslocaties heengaat en mogelijk optimaliseren. De nieuwe aanpak biedt een nieuwe manier om dit goed in kaart te brengen.
Vervolgonderzoek
De huidige simulaties zijn uitgevoerd onder representatieve getij- en windomstandigheden gedurende 1 jaar. Voor een completer beeld van het sedimentgedrag is het wenselijk om ook de transportpaden tijdens stormen en representatieve condities voor verschillende seizoenen mee te nemen in toekomstige analyses. Daarnaast is de huidige versie van SedTRAILS vooral geschikt voor het volgen van zandtransport. Voor locaties waar fijn sediment of slib een belangrijke rol speelt, is verdere ontwikkeling van de methode nodig. Ook wordt gewerkt aan uitbreidingen waarmee niet alleen de routes van sediment kunnen worden bepaald, maar ook de snelheid en schaal van de verplaatsing. De huidige studie geeft een eerste idee hoe deze nieuwe aanpak gebruikt voor een beter inzicht en gebruik van de verspreidingslocaties voor duurzaam sediment beheer in de Waddenzee.
