Nieuwe inzichten in het Borndiepbekken door gedetailleerde analyse
Nieuw onderzoek van Rijkswaterstaat en Deltares, uitgevoerd binnen het BenO Waddenzee-kennisprogramma, laat zien dat het Amelander zeegat (Borndiep) in de afgelopen decennia sterk is veranderd. De Waddenzee bij Ameland slibt sinds de jaren tachtig in toenemende mate dicht. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor natuur, waterkwaliteit en de bereikbaarheid van Ameland.
Langetermijnverandering in stroming en geulen
Met behulp van bodemkaarten en modellering met Delft3D Flexible Mesh is de ontwikkeling van het gebied over een lange periode in detail onderzocht. Daaruit blijkt dat het getijdebiet tot ongeveer 1980 toenam, maar daarna is afgenomen. In 2023 ligt het debiet circa 9% lager dan in 1926. Tegelijkertijd zijn diepe geulen kleiner geworden en neemt de sedimentatie toe. Sinds de jaren negentig wordt jaarlijks ongeveer 0,65 miljoen m³ sediment afgezet, goed voor in totaal circa 63 miljoen m³ sinds 1926.
Waarom het systeem verandert
De veranderingen zijn het gevolg van een combinatie van natuurlijke processen en menselijke ingrepen. Kweldergroei langs de Friese kust, de afsluiting van de Zuiderzee en de aanleg van dijken hebben het bekken verkleind. Hierdoor probeert het gebied een nieuw evenwicht te vinden, wat gepaard gaat met grootschalige opvulling. Een belangrijk gevolg is dat het watersysteem steeds meer opdeelt in deelsystemen. Sediment dat vroeger door het hele bekken werd verspreid, blijft nu vaker lokaal achter. De verwachting is dat de verlanding de komende jaren doorzet, en sneller gaat dan de huidige zeespiegelstijging.
Aanbevelingen voor beheer
Voor natuur en waterkwaliteit betekent de opvulling dat leefgebieden verschuiven en de dynamiek van het systeem verandert. Ook voor de veerverbinding tussen Holwerd en Ameland zijn de gevolgen duidelijk merkbaar: de vaargeul slibt structureel dicht en vraagt voortdurend onderhoud. Dit zal in de toekomst niet veranderen; de vaarroute blijft een kwetsbare plek in een systeem dat zich in een tegengestelde richting ontwikkelt dan gunstig is voor de vaargeul.
Het advies is om het beheer aan te passen naar een meer systeemgerichte aanpak: minder gericht op het tegengaan van veranderingen en voor zover mogelijk meer rekeninghouden met de natuurlijke ontwikkeling. De studie raadt extra monitoring per deelsysteem aan en het ontwikkelen van adaptieve onderhoudsstrategieën voor de vaargeul gecombineerd met verder onderzoek naar bagger- en stortmaatregelen en hun effecten op het bredere systeem.
Meer informatie over Kennisprogramma Beheer en Onderhoud Waddenzee en andere rapportages: Kennisprogramma Beheer en Onderhoud Waddenzee - Rijkswaterstaat Publicatie Platform
