Jongeren denken mee over de bereikbaarheid van Ameland
Hoe houden we Ameland in de toekomst bereikbaar? Die vraag staat centraal bij Rijkswaterstaat in de MIRT-verkenning bereikbaarheid Ameland. Maar dit keer bespraken we die niet alleen met bestuurders, bewoners of belangenorganisaties. We legden hem ook voor aan de generatie die straks met de uitkomst moet leven: Amelander scholieren.
Tijdens de Waddendag van Tienskip op 12 februari 2026 gingen 130 jongeren uit de derde klas van de Waddeneilanden aan de slag met vraagstukken uit het Waddengebied. Twee groepen kozen voor het thema de bereikbaarheid van Ameland.
Waarom jongeren?
Omgevingsmanager bij Rijkswaterstaat, Rob Leemhuis, hoefde niet lang na te denken toen Tienskip vroeg of Rijkswaterstaat wilde aansluiten bij de jaarlijkse Waddendag. “Deze jongeren gaan de verbinding in de toekomst gebruiken. Zij hebben andere belangen dan de mensen die we normaal spreken op informatieavonden. Juist daarom is het belangrijk hun stem te horen.”
De veerverbinding tussen Holwert en Ameland staat onder druk. De vaargeul wordt smaller en ondieper, waardoor vaker baggeren nodig is. Dat is kostbaar en heeft impact op de natuur. Tegelijk is het gebied Natura 2000. Als we niets doen, komt de bereikbaarheid van het eiland in gevaar.
Voor jongeren is die verbinding geen beleidsvraagstuk, maar dagelijkse realiteit. Ze gebruiken de boot om naar school, sport of vrienden op het vasteland te gaan.
Twee uur voor een ideale oplossing
Rob en collega John Haitsma introduceerden het vraagstuk: wat is er aan de hand met de vaargeul? Waarom moeten we baggeren? En waar lopen wij als Rijkswaterstaat tegenaan?
Daarna gingen de scholieren zelf aan de slag. In twee uur tijd werkten zij een ideale oplossing uit, inclusief plan, en presenteerden dat op een informatiemarkt.
Een speelse, maar effectieve werkvorm was het gebruik van ‘Monopoly-geld’. De jongeren verdeelden hun budget over thema’s als bereikbaarheid en natuur. Daarmee maakten ze zichtbaar wat zij het belangrijkst vonden.
Creatieve ideeën en echte frustraties
De oplossingen die de jongeren bedachten waren verrassend concreet:
- een elektrische boot
- een boot met minder diepgang
- vrachtverkeer alleen vervoeren bij hoog water
- kritisch kijken naar het meenemen van auto’s van toeristen
- werken met deelauto's of autoverhuur op het eiland
- een latere boot naar Ameland
Ze stelden scherpe vragen. Moet iedereen altijd met de auto naar het eiland? Is dat voor toeristen echt noodzakelijk? Kun je vracht slimmer plannen?
Opvallend was hoe persoonlijk het onderwerp voor hen is. Sommige scholieren vertelden dat ze de boot wel eens hadden gemist door vertraging in het openbaar vervoer. Dan sliepen ze bij familie in Groningen of op een camping in de buurt, om de volgende ochtend vroeg weer op school te zijn. Ook zomerse situaties waarin auto’s van eilanders niet meekunnen omdat toeristen de boot volboeken, zorgen voor frustraties.
Het vraagstuk raakt hen dus persoonlijk. Dat maakte dat ze fanatiek en betrokken meedachten. “Ze hadden echt het gevoel dat ze een bijdrage leverden aan de oplossing,” vertelt Rob. “En dat is ook zo. Het kan best zijn dat een onderdeel van hun ideeën terugkomt in het vervolg.”
Eerste én tweede prijs
Aan het eind van de dag pitchten alle groepen hun plannen op een informatiemarkt. Vervolgens mocht iedereen stemmen. Beide Amelander teams kregen de meeste stemmen. Volgens Rob is dat logisch: “Als je praat over iets wat je persoonlijk raakt, zit er passie in je plan. Dat voelden de andere jongeren ook.”
Wat leverde het op?
Voor Rob leverde de dag nieuwe invalshoeken op. Jongeren denken minder vanuit beleid en kaders, en meer vanuit gebruik en leefbaarheid. Dat helpt om het vraagstuk scherper te bekijken. Daarnaast liet de dag zien hoe waardevol het is om een andere doelgroep te betrekken. Jongeren mogen nog niet stemmen, maar hebben wel degelijk ideeën en een open blik. “Je hoort eens een andere doelgroep. Dat is ontzettend waardevol.”
