Experiment met diepte vaargeul Boontjes pakt onverwacht goed uit voor de natuur
De grote problemen met het op diepte houden van de vaargeul tussen Harlingen en Kornwerderzand lijken voorbij. Tenminste op de korte termijn. Een proef van Rijkswaterstaat met een iets ondiepere vaargeul pakt verrassend goed uit. Er hoeft nog maar amper gebaggerd te worden.
Die vaargeul heet de Boontjes en Rijkswaterstaat zit nu midden in een proef die loopt van begin 2025 tot en met 2027. Daarbij wordt de vaargeuldiepte van 3,80 meter losgelaten en is de nieuwe diepte 3,30 onder NAP. De geul mag dus vijftig centimeter ondieper worden. Dat je daardoor minder hoeft te baggeren, is op zichzelf wel logisch. Maar het verschil is nu wel heel groot.
" Zo zagen we in 2024 een baggervolume van 175.000 kuub en vorig jaar was dat nog maar achtduizend kuub", zegt ecologisch adviseur Sander Holthuijsen van Rijkswaterstaat. Minder baggeren is ook nog eens belangrijk voor de onderwaternatuur van de Waddenzee. "Het sediment dat op de bodem ligt, haal je weg of je spoelt het op. Dat is nergens goed voor. Al het leven dat daar in zit verdwijnt daarmee."
Daar blijft het niet bij, zo maakt hij duidelijk: "Daarnaast moet je die bagger ook nog ergens kwijt. En op het moment dat je het ergens verspreidt krijg je heel veel slib in het water dat over een groot gebied terecht kan komen waar het het bodemleven ook kan aantasten."
Veel meer bagger dan verwacht
Dat de vaargeul ooit 3,80 meter diep is gemaakt, is geen toeval. Dat gebeurde in 2012 omdat dit meer vracht mogelijk moest maken van en naar de Harlinger haven. Maar dat viel in de praktijk behoorlijk tegen.
Bovendien moest er veel meer bagger naar boven worden gehaald dan verwacht. Nog een reden dat Rijkswaterstaat met deze proef is begonnen.
Volledig artikel op Omrop Fryslân
Eerder artikel over pilot verondieping Boontjes
