Europese satellietdata bieden volop kansen voor Nederlandse kust en wateren
De waterkwaliteit onderzoeken, onze kustverdediging monitoren, biodiversiteit bevorderen en zelfs levens redden. Het is allemaal mogelijk met satellietdata, bleek tijdens een themadag op 2 juli over de Copernicus Marine Service, georganiseerd door NLSA en het Belgische BELSPO. Conclusie: de data zijn er al, dus laten we ze vooral maximaal benutten voor de samenleving.
Op 11 mei 2020 voltrok zich een drama voor de kust van Scheveningen. De algensoort Phaeocystis had een grote hoeveelheid schuim geproduceerd, dat door een stevige noordenwind werd opgestuwd richting haven. Daar werd een groep zeer ervaren surfers compleet verrast door een metershoge schuimdeken. Vijf van hen overleefden het niet. Dimitry van der Zande, onderzoeker van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), vroeg zich af: hoe kunnen we zo’n tragisch ongeval in de toekomst voorkomen?
Dit voorjaar bracht Van der Zande de algenbloei op de Noordzee in kaart met hoge resolutiedata van de Copernicussatelliet Sentinel 2. Zo was bekend waar en wanneer grote hoeveelheden schuim zouden opduiken. Toen de golven hoger werden en de wind toenam, werd de kustwacht gealarmeerd. Die waarschuwde op zijn beurt strandclubs en sloot delen van het strand. Er waren geen incidenten. ‘Ik geloof graag dat wij hebben geholpen om het strand veiliger te maken’, zegt Van der Zande, ‘door actie te ondernemen op basis van data.’
