Bioplastic-eters in de Waddenzee hebben geen last van andere nanoplastics
Er is nog maar weinig bekend over de invloed van nanoplastics op bacteriën die in de zee leven. En of ze net zo schadelijk zijn als de iets grotere microplastics. Een studie naar de effecten van nano-piepschuimdeeltjes op de bacteriële afbraak van bioplastic biedt hoop.
Foto: NIOZ
Je ziet ze niet met het blote oog, maar het water in de Waddenzee zit vol bacteriën. Velen doen nuttig werk, zoals het afbreken van afvalstoffen, of biologisch afbreekbare plastics.
Maar lang niet alle microplastics zijn biologisch afbreekbaar. Sommigen breken in steeds kleinere stukjes – vergelijkbaar met menselijk haar. Die stukjes worden zo klein dat ze uiteindelijk door de door de wand van de bacterie heen kunnen dringen. Met als gevolg dat bacteriën minder effectief zijn of niet overleven. In een waterzuiveringsinstallatie kunnen microplastics er bijvoorbeeld voor zorgen dat methaanetende bacteriën, die het water reinigen, hun werk niet meer doen.
Tegelijk kunnen microplastics dienen als plek waar bacteriën op kunnen groeien, vergelijkbaar met stenen waarop mossen groeien. Ze vormen een zogenaamde ‘plastisfeer': een ecosysteem bestaande uit een dun laagje bacteriën, schimmels en ander microscopisch klein leven op een stukje microplastic.
