Opwarming wad brengt meer nieuwe vissoorten
Texel - De opwarming van de Waddenzee heeft er toe geleid dat er de laatste jaren meerdere soorten vis en schaaldieren voorkomen die voorheen niet, of in mindere mate voorkwamen.
Dat blijkt uit onderzoek in de Mokbaai bij Texel, van het Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Niet alleen zwemmen er veel meer pelsers, haringachtige sardines, maar ook komen er veel meer zeebaarzen en ook steurgarnalen voor. "Deze grote garnalensoort vind je normaal heel veel in de wateren rond Portugal", vertelt Hans Witte, onderzoeksmedewerker bij het NIOZ. "Wat je ziet is dat veel vrij zwemmende vissen, in tegenstelling tot meer gebiedgebonden platvissen, naar het Noorden trekken. Dat heeft ook gevolgen voor vissen die hier van oorsprong veel voorkomen, zoals kabeljauw, die zie je hier weer minder door die opwarming. De gevolgen voor het ecosysteem zijn moeilijk in te schatten, daarvoor is de tijd dat we onderzoek doen, nu zo'n veertig jaar, te kort. Ook zou je op veel meer plekken vangstonderzoek moeten doen om een beeld te krijgen van de populaties. Er zijn ook soorten die direct reageren op bij voorbeeld een koude winter, zoals de Noordzeekrab. Nu we bijna geen winter gehad hebben zie je die heel veel. Maar als het even flink koud is geweest, verdwijnen ze massaal."