Noorden raakt achterop met dijkonderzoek

Gepubliceerd op 12 september 2007Civiele werken, Overheid, VeiligheidAangemaakt door Dagblad van het Noorden

Veiligheid van waddendijken pas over jaren bekend

Uithuizen - Doordat Rijkswaterstaat in het Noorden achterloopt met het onderzoek naar de golfslag, windkracht en waterstanden zal pas over enkele jaren bekend worden of de waddendijken veilig genoeg zijn. De waterschappen Noorderzijlvest en Fryslân hebben hierover aan de bel getrokken. Pas als de meetgegevens van Rijkswaterstaat bekend worden, kunnen de waterschappen de hoogte van de dijken toetsen en eventueel noodzakelijke aanpassingen verrichten. In 2003 was al afgesproken dat overal langs de Nederlandse kust meetpunten zouden komen om de golfoploop te registreren, maar in de uitvoering zaten grote verschillen. De meetapparatuur werd voor de kust van Zuid-Holland al in hetzelfde jaar geplaatst. In de stroomgaten tussen de waddeneilanden en de Waddenzee bleek het afgelopen stormseizoen nog altijd geen sluitend meetnet te zijn aangelegd, waardoor de gegevens van die periode eigenlijk niet bruikbaar waren. Voor een goede analyse van de kracht en omvang die golven voor de Friese kust kunnen krijgen, is het nodig om twee jaar te meten. Pas dan kan Rijkswaterstaat vaststellen aan welke eisen de waterkeringen moeten voldoen om extreme windsnel heden en waterstanden aan te kunnen. Onderdeel van het meetprogramma van Rijkswaterstaat is het plaatsen van een tien meter hoge meetpaal ten noorden van de Emmapolder.
hoge paal
De meetapparatuur staat op een platform op een tien meter hoge paal en meet hoge waterstanden, extreme golfslag en windsnelheid en -richting. Met de informatie kunnen de gevolgen voor de dijken langs de Groninger en Friese waddenkust worden berekend. Informatie wordt draadloos doorgestuurd naar de computers van Rijkswaterstaat. De paal zal vol gend jaar geplaatst worden en blijft tien jaar staan.