Aanvullend onderzoek

Buiten de reguliere meetprogramma's wordt ook aanvullend onderzoek uitgevoerd. Zo heeft Rijkswaterstaat in 2005 een meetcampagne opgezet om meer inzicht te krijgen in de ontwikkelingen van de waterkwaliteit rondom een aantal Waddenzeehavens en de vracht stoffen vanuit een groot aantal spuien naar de Waddenzee en Eems-Dollard.

Extra onderzoek waterkwaliteit Waddenzeehavens

De vraag voor het onderzoek in de havens komt voort uit de KaderRichtlijn Water (KRW), waarin recentelijk een 6-tal Waddenzeehavens zijn aangewezen als apart waterlichaam. Deze havens waren eerst onderdeel van de Waddenzee (een "natuurlijk waterlichaam"). Het aanwijzen van deze havens als apart waterlichaam betekent dat in deze havens ook de waterkwaliteit moet worden gemeten en getoetst aan de normen uit de KRW. Tot op dit moment heeft Rijkswaterstaat (RWS) geen meetpunten in deze havens. Een drietal havens zijn in 2005 bemonsterd: Den Helder, Harlingen en Oude Schild (Texel). De bedoeling van dit onderzoek is om een eerste indruk te krijgen van de waterkwaliteit in deze "sterk veranderde waterlichamen".

Vrachten van zoet naar zout beter in beeld

Sinds jaren bestaat er de behoefte bij RWS om te onderzoeken hoe groot de vrachten van stoffen zijn, die via het zoete water in het Waddengebied terechtkomen. Hier gaat het om chemische stoffen, die opgelost in water zijn of gebonden aan zwevende stof via spuien geloosd worden op de Waddenzee. Veel van deze stoffen zijn slecht oplosbaar maar binden wel goed aan de zwevende stof. Tot nu toe zijn deze stoffen meestal bij de spuien gemeten in water. Daarmee is het nu vaak slecht bekend wat de vracht is van veel prioritaire stoffen (probleemstoffen onder toetsing voor KRW) en de huidige probleemstoffen naar de Waddenzee en Eems-Dollard. Deze vrachten kunnen de oorzaak zijn van het overschrijden van de waterkwaliteitsnormen in de Waddenzee en Eems-Dollard. In de stroomgebiedbenadering van de KRW moet nu ook de vracht uit het bovenliggend deelstroomgebied (zoete watersystemen beheerd door de waterschappen) worden geminimaliseerd om straks te kunnen voldoen aan de normen.
Eind 2005 is er gemeten in de Waddenzee op de spuilocaties bij Harlingen, Den Oever, Kornwerderzand, Den Helder en Lauwersoog en in de Eems-Dollard op de spuilocaties bij het Eemskanaal (Delfzijl), Nieuwe Statenzijl en de Eems (Duitsland). Hierbij zijn de monsters aan de "zoete binnenkant" van deze spuilocaties genomen. Daarmee kunnen de gemeten concentraties van de stoffen worden gecombineerd met het volume te spuien water, zodat er een vracht kan worden berekend

Analyse monstermateriaal in gang gezet

In beide onderzoeken worden stoffen gemeten zoals PAKs, PCBs, metalen, TBT, TFT  maar ook de meer onbekende stoffen met name de gebromeerde vlamvertragers en de ftalaten. Dit zijn stoffen die goed hechten aan het zwevende stof. Het monstermateriaal wordt zowel in interne laboratoria van RWS als in externe laboratoria verwerkt en geanalyseerd. De resultaten en de rapportages van beide onderzoeken zullen in Feiten en Figuren worden weergegeven.

Waddensurvey 2003

In 2003 is een survey gedaan naar de aanwezigheid van ftalaten, gebromeerde vlamvertragers, organotinverbindingen en geperfluoreerde verbindingen in de Noordzee en Waddenzee. De eerste drie stoffen zijn prioritaire stoffen volgens OSPAR en de Kaderrichtlijn Water. Geperfluoreerde verbindingen waren de "nieuwe" aandachtsstoffen. In het onderzoek, uitgevoerd door RIKZ, zijn ook bioassays in zout sediment en zwevend stof uitgevoerd. U kunt het rapport downloaden.

Irgarol onderzoek

Een ander voorbeeld van een nieuwe stof is Irgarol. Irgarol wordt onder andere gebruikt als vervangende stof voor TBT in aangroeiwerende verf voor schepen. De meetlokaties staan in kaart hieronder. Meer informatie over Irgarol in de waddenzee.

klik op de afbeelding voor een grotere versie

Aanvullende metingen arseen op de Waddenzee i.v.m. calamiteit Andinet

Op 21 december 2003 heeft het vrachtschip de Andinet drie containers en 63 losse vaten houtverduurzaammiddel verloren op de Noordzee voor de kust van Texel. Ten gevolge van deze calamiteit is er een nog onbekende hoeveelheid van het houtverduurzaammiddel CCA in de Noordzee terechtgekomen.

Het houtverduurzaammiddel CCA is samengesteld uit arseenpentoxide (24%), chroomtrioxide (34,3%) en koperoxide (13,7%).
Rijkswaterstaat, directie Noord-Nederland heeft extra watermonsters laten nemen voor analyse op arseen.
De concentraties arseen vanuit het aanvullend onderzoek liggen rond de streefwaarde voor opgelost arseen, die gesteld is op 1 µg/l.
Op grond van de gebruikte meetreeks uit de MWTL-monitoring op arseen op de drie locaties gebruikt voor deze studie kan er geconcludeerd worden dat er nu geen beïnvloeding is van de Waddenzee door mogelijke extra arseenvrachten, vanuit toevoer van houtverduurzaammiddelen, uit de verloren en kapotte vaten van de Andinet.

Zie voor een digitaal exemplaar van dit rapport:
Resultaten aanvullende metingen van arseen in de Waddenzee i.v.m. het verlies van houtverduurzaammiddel door de Andinet op de Noordzee 21 december 2003.Werkdocument RIKZ/AB/2004.608

Verkennend onderzoek naar diuron in de westelijke Waddenzee.

In het kader van het project "Verkennend onderzoek van Irgarol in de Westelijke Waddenzee" zijn er in 2002 watermonsters genomen. Naast de analyse op Irgarol 1051 zijn deze monsters ook geanalyseerd op de stof diuron. Diuron is een bekend bestrijdingsmiddel, dat veel gebruikt is in de landbouw als herbicide. Op dit moment is diuron alleen nog toegelaten als actieve stof in aangroeiwerende verf op schepen.Diuron is gemeten op locaties in de westelijke Waddenzee en de jachthavens van Den Helder, Vlieland en Harlingen.
Dit verkennend onderzoek bevestigt dat diuron een probleemstof is voor de Waddenzee. Hiernaast toont het onderzoek aan dat diuron in de onderzochte (jacht)havens in hoge concentraties voorkomt.
Het onderzoek kan niet bevestigen dat de huidige bronnen van diuron uitsluitend te relateren zijn aan het gebruik in de scheepvaart. Het (illegaal) gebruik van diuron in de landbouw en/of het groenbeheer kan ook nog een indirecte bron zijn voor de westelijke Waddenzee via de aanvoerroutes zoetwaterspuien en atmosferische depositie.

Aanbevolen wordt om beter in beeld te brengen welke (werkzame) stoffen, waaronder diuron, worden gebruikt in aangroeiwerende middelen op schepen. Daarnaast verdient het aanbeveling diuron in het MWTL-programma mee te nemen op de MWTL-locaties in de (jacht-)havens van Harlingen en Vlieland.

Zie voor een digitaal exemplaar van dit rapport:
Verkennend onderzoek naar diuron in de westelijke Waddenzee. Werkdocument RIKZ/AB/2003.612(pdf).