Trifenyltin (TFT)

Wat is de stof trifenyltin en waar werd het toegepast?
Trifenyltin, afgekort TFT, is een zogenaamde organotinverbinding. De stof werd voornamelijk gebruikt in de aardappelteelt (en de rijstteelt) als bestrijdingsmiddel tegen de schimmel Phytophthora infestans.
Veruit de grootste bron van verontreiniging van TFT in het zeemilieu was afkomstig vanuit de land- en tuinbouw. Via afspoeling en verwaaiing kon de stof in het oppervlaktewater terechtkomen. De stof komt vooral via het zoete oppervlaktewater en de spuien in het Waddenzeegebied terecht. Ook komt TFT via de lucht in het Waddengebied terecht.
Aangroeiwerende verven, met een organotinverbinding als actief werkende stof, bestonden soms voor een klein deel uit TFT. Echter de hoeveelheid TFT die via scheepvaart in het mariene milieu terechtkomt is verwaarloosbaar klein.

Welk beleid wordt gevoerd ten aanzien van TFT?
Europa en Nederland hebben in hun beleid het gebruik van TFT-verbindingen verboden. Per 1 januari 2003 worden TFT-verbindingen niet meer toegestaan in Nederland. Het gebruik was al sinds 2001 ingeperkt.
Na de instelling van het verbod is de aardappelteelt overgegaan op andere werkzame stoffen in de bestrijdingsmiddelen tegen de schimmel Phytophthora. Het gaat hier om de stoffen fluazinam, mancozeb, cymoxanil en metiram. De verwachting is dat met de beëindiging van de toelating van het gebruik van TBT-verbindingen in de aangroeiwerende verven ook het geringe gebruik van TFT-verbindingen in de scheepvaart volledig is beëindigd.

Waarom is TFT (nog) een probleem?
In het gehele Waddengebied komen de concentraties van de stof TFT in het sediment en aan zwevend stof nog steeds boven de wettelijke norm uit. De stof wordt daarom gezien als een probleemstof. De laatste jaren zijn de concentraties aanzienlijk afgenomen.
Er is minder bekend over de giftige eigenschappen van TFT in vergelijking met die van de stof tributyltin. TFT is in het zeemilieu sterk giftig voor vissen en bacteriën en zeer giftig voor algen en plankton. Uit onderzoek is gebleken dat ook TFT verantwoordelijk kan zijn voor imposex (het verschijnsel dat vrouwelijke organismen mannelijke geslachtskenmerken krijgen) bij schelpdieren.
TFT is matig tot slecht oplosbaar in water en hecht zich graag aan vaste deeltjes. De hoogste gehalten van deze stof zijn aanwezig in het sediment en aan het zwevend stof. De omzetting van de stof in het sediment verloopt langzaam. De afbraak kan door bacteriën plaatsvinden. TFT is echter boven een bepaalde concentratie giftig voor diezelfde micro-organismen, waardoor de afbraak wordt verminderd.
Organismen kunnen TFT opnemen uit water, sediment en voedsel. Analyses van de stof in zeester en wulk uit de Noordzee wezen uit dat er hoge gehalten in voorkwamen. Over het risico van doorvergiftiging in organismen die hoger in de voedselketen staan is weinig bekend.