Probleemstoffen Waddenzee

Jaarlijks maakt Rijkswaterstaat een rapportage over de toestand en de ontwikkeling van de waterkwaliteit van de Waddenzee en Eems-Dollard. De kwaliteit wordt bepaald aan de hand van een groot aantal stoffen, waaronder metalen, Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK's) en bestrijdingsmiddelen. De stoffen worden  4 of 12 maal per jaar gemeten in het standaard monitoringsprogramma (MWTL) van Rijkswaterstaat. De metingen worden gedaan in oppervlaktewater, zwevende stof en mossel. Het sediment wordt eens in de drie jaar bemonsterd.
De gemeten waarden worden in de rapportage getoetst aan de normen uit het huidige waterkwaliteitsbeleid voor de Waddenzee. Bovendien is, mits genoeg meetwaarden aanwezig zijn, een trend van de afgelopen tien jaar bepaald.  Een stof is een probleemstof als het de norm overschrijdt. Of als de meetwaarden van deze stof een aanhoudende significante stijgende trend laten zien waarmee deze stof in de nabije toekomst ook de norm zou overschrijden.
Voor de meeste gemeten stoffen is de norm de streefwaarde of het Verwaarloosbaar Risico (1/100 van het Maximaal Toelaatbaar Risico).
Deze rapportage geeft Rijkswaterstaat Noord-Nederland een goed actueel overzicht van welke stoffen waar een probleem zijn. De trendbepaling kan een indicatie geven of het ingezette (overheids)beleid om deze stoffen terug te dringen ook daadwerkelijk effect heeft.

In de rechterkolom zijn de rapporten over de jaren 2002-2006 te downloaden --->

Meetjaar 2006

De belangrijkste bevindingen van de toetsing en trends van stoffen voor het peiljaar 2006 zijn:

In de Waddenzee en het Eems-Dollardgebied liggen de gehalten van de tinverbindingen tributyltin en trifenyltin ver boven het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR). De concentraties van deze stoffen nemen de laatste jaren sterk af.

Geen enkele andere gemeten stof overschreed in 2006 het MTR. De concentratie van het bestrijdingsmiddel Irgarol in oppervlaktewater is toegenomen. De streefwaarde wordt in 2006 overschreden door PAK's (PolyAromatische Koolwaterstoffen), HCB (Hexachloorbenzeen) en sommige bestrijdingsmiddelen. Veel van deze stoffen laten een afname in de concentratie zien.

Van de metalen overschrijdt alleen koper in oppervlaktewater de streefwaarde. In tegenstelling tot voorgaande jaren overschrijdt geen enkel metaal in zwevende stof de streefwaarde.

Bij de PCB's (PolyChloorBifenylen) overschrijdt alleen PCB028 de streefwaarde. In voorgaande jaren was dit ook het geval voor PCB052, in 2006 niet meer.

Van de radioactieven overschrijdt alleen Alfa activiteit opgelost in water de achtergrondwaarde.

Samenvattend is het beeld dat, met uitzondering van de tinverbindingen, alle stoffen aan de MTR voldoen. Van enkele stoffen, voornamelijk PAK's en bestrijdingsmiddelen, liggen de concentraties nog ruim boven de streefwaarde. Voor de meeste stoffen in de Waddenzee en het Eems-Dollardgebied geldt dat de concentraties afnemen. Dit geldt zeker voor tinverbindingen, echter niet voor Irgarol.

Meetjaar 2005

In meetjaar 2005 zijn, zoals eens in de 3 jaar, ook metingen gedaan aan sedimenten. De doelstelling voor de (chemische) waterkwaliteit is het streven naar het voldoen aan de streefwaarde in 2010.
Hieronder de belangrijkste bevindingen over meetjaar 2005:
In de Waddenzee en het Eems-Dollardgebied liggen de gehalten van de tinverbindingen tributyltin en trifenyltin ver boven het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR). Wel zet de dalende trend in deze beide stoffen versterkt door. Geen enkele andere gemeten stof overschreed in 2005 het MTR.
De gehalten aan de nutriënten stikstof en fosfor liggen zeer ruim boven de kwaliteitsdoelstelling.
De streefwaarden zijn in 2005 overschreden door PAK's, HCB (Hexachloorbenzeen) en sommige bestrijdingsmiddelen. Veel van deze stoffen laten dalende trends zien.
Bij metalen, PCB's (PolyChloorBifenylen) en radioactieven overschrijden enkele stoffen per groep de streefwaarde c.q. achtergrondwaarde, zij het met marginale factoren.