Bodemdieren

Hier vindt u publicaties over onderzoeken monitoring aan bodemdieren in het waddengebied.

Handboek "Een zee van Mosselen" beschikbaar

Op 17 juni 2015 is het nieuwe handboek over mosselbanken "Een zee van Mosselen" (pdf, 13 Mb) beschikbaar gekomen. In deze pdf is een uitgebreide bijlage opgenomen met nog meer achtergrond informatie. Voor wie een echt mooi boek in handen wil hebben, blijft "Een zee van Mosselen" te bestellen via anemoon@cistron.nl (kosten: 10 euro + 4 euro verzendkosten).

Dit Handboek ecologie, bescherming, beleid en beheer van mosselbanken in de Waddenzee is geschreven door Norbert Dankers en Frouke Fey-Hofstede en is uitgegeven door Stichting ANEMOON. Het project Mosselwad is in de periode 2009 tot en met 2015 uitgevoerd door de vereniging Kust & Zee – EUCC (projectleiding), Universiteit Utrecht, IMARES Wageningen UR, SOVON en Koninklijke NIOZ. Het project is gesubsidieerd door het Waddenfonds met cofinanciering van Rijkswaterstaat en de provincies Friesland en Noord-Holland.

Mosselbanken
In de Waddenzee spelen mosselbanken vanouds een belangrijke rol: verblijfplaats voor veel andere organismen,  filterfunctie,  voedsel voor vogels, krabben en zeesterren. Echter, zo’n 25 jaar geleden waren deze mosselbanken vrijwel geheel verdwenen door overbevissing.  Dit ging gepaard met achteruitgang van het ecologisch functioneren en de biodiversiteit van dit inmiddels internationaal erkende natuurgebied. Sinds 1994 zijn veel mosselbanken spontaan teruggekomen,  maar in de westelijke Waddenzee stokte dit herstel.

Project Mosselwad 2009-2015
Het trage herstel in de westelijke Waddenzee en onduidelijkheid over het effect van de mosselzaadvisserij in dit gebied waren aanleiding om in 2009 het interdisciplinaire project Mosselwad *) op te starten.  De onderzoekers van Mosselwad richtten zich vooral op de ontwikkeling en de stabiliteit van mosselbanken in de Waddenzee.  Hoe belangrijk zijn golven en stroming voor ontstaan en ontwikkeling en welke rol spelen krabben, wadvogels en zeesterren daarbij?  Onder welke omstandigheden is actief herstel van mosselbanken mogelijk?

Handboek Een zee van Mosselen
In het handboek zijn de resultaten van zes jaar intensief Mosselwad-onderzoek beknopt weergegeven voor beleidsmakers, natuurbeheerders, visserijsector en wad-ecologen. Een belangrijke vraag die behandeld wordt, is of en zo ja wanneer aanvullende grootschalige aanleg van mosselbanken nuttig en zinvol kan zijn bij het beheer van de wadden of dat een meer passief beheer via vergunningverlening en algemene regelgeving  de voorkeur verdient.  Voor de natuurbescherming en de visserijsector is het interessant te weten wat beperking van de mosselzaadvisserij voor de natuur kan betekenen. Voor vergunningverleners is het van belang te weten waar de kans op vestiging en herstel van mosselbanken het grootst is en welke menselijke ingrepen schadelijk zijn voor mosselbanken. Ook de effecten van verminderd voedselaanbod en garnalenvisserij komen in het boek aan bod. In een internetversie worden de wetenschappelijke achtergronden van het handboek uitgewerkt. Na 16 april is het boek Een zee van Mosselen te bestellen als hardcopy of te downloaden via www.mosselwad.nl of www.anemoon.org.

Oesterherpesvirus in de Waddenzee

Foto: Bram Fey

Uit onderzoek (pdf, 4,7 Mb, maart 2013) blijkt dat Japanse oesters in de Waddenzee besmet zijn met het oesterherpesvirus OsHV-1 uvar. In de Waddenzee, een UNESCO werelderfgoedgebied, zijn in de zomer van 2012 jonge Japanse oesters verzameld, die vervolgens met een DNA-onderzoek werden gecontroleerd op de aanwezigheid van het virus. Op drie van de vijf onderzochte plekken zijn licht tot zwaar besmette oesters aangetroffen. Dit betekent, dat het virus zich in de Waddenzee heeft gevestigd.

In 2008 werd het oesterherpesvirus OsHV-1 uvar voor het eerst in Europa ontdekt. Sindsdien blijkt dit virus verantwoordelijk voor een sterk verhoogde mortaliteit onder jonge Japanse oesters langs de Franse, Engelse en Ierse kusten. De EU adviseert dan ook om maatregelen te nemen om de verdere verspreiding van dit virus tegen te gaan. Bij de maatregelen moet ook de eventuele verspreiding worden meegenomen door schelpdiertransporten, met oesters die zich aan schepen hebben gehecht, en met besmette oesterlarven die zich via de zeestromingen langs de Europese kust verspreiden.

In Nederland werd het oesterherpesvirus OsHV-1 uvar voor het eerst in 2010 in de Zeeuwse Delta ontdekt, met ook daar een verhoogde mortaliteit onder vooral jonge oesters. Wanneer en hoe het virus in de Waddenzee is geïntroduceerd is onduidelijk. Omdat het oesterherpesvirus alleen door DNA-onderzoek bij oesters te herkennen is, en omdat er voorheen niet naar de aanwezigheid van dit virus in de Waddenzee was gezocht, is nader onderzoek nodig om na te gaan in hoeverre het virus ook een verhoogde mortaliteit onder de oesters in de Waddenzee veroorzaakt.

Het oesterherpesvirus heeft als enige gastheer de Japanse oester. Mensen zijn niet gevoelig voor het virus, waardoor het voor de volksgezondheid geen enkel gevaar oplevert.

Contact:

Dr. A. Gittenberger (GiMaRIS, Marine Research, Inventory & Strategy solutions)
06-29032229 / Gittenberger@GiMaRIS.com  / www.gimaris.com

Dr. M.Y. Engelsma (Centraal Veterinair Instituut onderdeel van Wageningen UR, Vis- en Schelpdierziektenlaboratorium)

Rapport "Benthic macro fauna in relation to natural gas extraction in the Dutch Wadden Sea"

Maart 2010- Dankzij financiële steun van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en het NWO zee- en kustonderzoek (ZKO), is het NIOZ in 2008 begonnen met een voorgenomen langjarige synoptische macrozoobenthos bemonstering van alle litorale gebieden in de Waddenzee, genaamd SIBES (Synoptic Intertidal Benthic Sampling) Gedurende deze campagne zijn 3963 punten bemonsterd, waarin in totaal meer dan 160 duizend individuen zijn waargenomen en geteld. Deze individuen behoorden tot 76 soorten. Uitgedrukt in biomassa (berekend door middel van asvrij drooggewicht (AFDM), waren de belangrijkste soorten de kokkel, zandkokerworm, strandgaper, gewone zeepier, Amerikaanse zwaardschede, mossel, veelkleurige zeeduizendpoot, Japanse oester en nonnetje. Voor elke soort is de ruimtelijke verspreiding in kaart gebracht. Ook kan op grond van deze gegevens de soortenrijkdom voor het hele litorale gebied van de Waddenzee berekend worden. Dit laat zien dat met name de
hooggelegen gebieden (zoals de zone langs te Nederlandse kust en de  waddeneilanden), maar ook het gebied ten oosten van Griend, het rijkst zijn.

Download het volledige rapport "Benthic macro fauna in relation to natural gas extraction in the Dutch Wadden Sea" (pdf 3,35 Mb).

Bron: NIOZ, maart 2010

Rapport "Ontwikkeling van enkele mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee; situatie 2007"

Onderzoeksrapport van IMARES: "Ontwikkeling van enkele mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee; situatie 2007" (PDF 1,2 Mb)

Bron: Imares, Augustus 2008

Rapport "Ecologische ontwikkeling in een voor menselijke activiteiten gesloten gebied in de Nederlandse Waddenzee: Tussenrapportage 2 jaar na sluiting (najaar 2007)"

Juli 2008 - De natuurlijke ontwikkeling van het voor menselijke activiteiten gesloten referentiegebied in de Waddenzee (zie beneden) wordt jaarlijks in beeld gebracht. In de tweede tussenrapportage van onderzoeksinstituut Wageningen IMARES wordt de ontwikkeling van de benthische mariene fauna en de ontwikkeling van enkele litorale mosselbanken twee jaar na sluiting van het referentiegebied weergegeven.

Lees het rapport "Ecologische ontwikkeling in een voor menselijke activiteiten gesloten gebied in de Nederlandse Waddenzee: Tussenrapportage 2 jaar na sluiting (najaar 2007)" (pdf, 1,25 Mb).

Bron: Imares, juli 2008

Rapport "Ecologische ontwikkeling in een voor menselijke activiteiten gesloten gebied in de Nederlandse Waddenzee: Tussenrapportage 1 jaar na sluiting (december 2005 - najaar 2006)"

Juli 2007 - Half juli 2007 verscheen de tussenrapportage over 2006, als de eerste in een reeks. De bemonsteringen in het gebied zijn uitgevoerd door Wageningen IMARES (Institute for Marine Resources and Ecosystem Studies), in opdracht van het ministerie van LNV. De gegevens over vogels op en rond Rottum zijn verzameld door de vogelwachters van Staatsbosbeheer op Rottum en door SOVON Vogelonderzoek Nederland en vergeleken met ontwikkelingen elders in de Waddenzee.

Lees het rapport "Ecologische ontwikkeling in een voor menselijke activiteiten gesloten gebied in de Nederlandse Waddenzee: Tussenrapportage 1 jaar na sluiting (december 2005 - najaar 2006)" (pdf, 1,64 Mb).

Bron: Imares, juli 2007

Rapport "De verspreiding en uitbreiding van de Japanse Oester in de Nederlandse Waddenzee"

Sinds 2004 wordt de Japanse oester in de standaard bemonsteringen naar andere schelpdieren met zodanige regelmaat worden aangetroffen dat het mogelijk is een gestandaardiseerde database op te zetten. Hiermee kunnen in de toekomst ook kwantitatieve conclusies getrokken worden over biomassa en populatieontwikkeling.

Enkele mosselbanken zijn voor een groot deel overgenomen door oesters. Er zijn ook banken waarvan alleen de rand dicht bij de geul een dichte oesterbedekking heeft en de rest van de bank nagenoeg geheel uit mosselen bestaat. Ook zijn er veel mosselbanken waar geen of zeer weinig oesters op voorkomen of waar tussen de oesters een zeer goede mosselbroedval heeft plaatsgevonden.
Sinds 2004 wordt de Japanse oester in de standaard bemonsteringen naar andere schelpdieren met zodanige regelmaat worden aangetroffen dat het mogelijk is een gestandaardiseerde database op te zetten. Hiermee kunnen in de toekomst ook kwantitatieve conclusies getrokken worden over biomassa en populatieontwikkeling.

Enkele mosselbanken zijn voor een groot deel overgenomen door oesters. Er zijn ook banken waarvan alleen de rand dicht bij de geul een dichte oesterbedekking heeft en de rest van de bank nagenoeg geheel uit mosselen bestaat. Ook zijn er veel mosselbanken waar geen of zeer weinig oesters op voorkomen of waar tussen de oesters een zeer goede mosselbroedval heeft plaatsgevonden.

Download het rapport: "Verspreiding en uitbreiding van de Japanse oester in de Nederlandse Waddenzee" (pdf 249 kB).

Bron: Alterra, 2004

Rapport De ontwikkeling van de Japanse Oester in de Nederlandse Waddenzee: situatie 2006""

Sinds 2002 wordt de ontwikkeling van enkele individuele oesterbanken in de Nederlandse Waddenzee gevolgd. In de rapportage "De ontwikkeling van de Japanse Oester in de Nederlandse Waddenzee: situatie 2006" wordt een beschrijving gegeven van de ontwikkeling van deze individuele oesterbanken tot 2006. Op alle gevolgde locaties zijn op den duur oesterriffen ontstaan met verschillende jaarklassen. Het lijkt erop dat de dichtheden en oppervlakten op sommige locaties niet verder toenemen. Om inzicht te krijgen in groei en afname in dichtheden en oppervlakte van individuele oesterriffen is het van belang de ontwikkelingen van individuele oesterriffen te blijven volgen. Aangezien oesters een voorkeur lijken te hebben om zich op andere oesters te vestigen, is de verwachting dat er zich op meer plekken oesterriffen zullen ontwikkelen.

Dowload het rapport "De ontwikkeling van de Japanse Oester in de Nederlandse Waddenzee: situatie 2006"(pdf 765 kB)