Beheersplan Waddenzee 1996-2001 Kwelders

Internationale doelen voor kwelders:

Tijdens de 7e Trilaterale Waddenzee Regeringsconferentie te Leeuwarden (1994) zijn ecologische doelen voor het internationale Waddenzeebeleid vastgelegd. De doelen omtrent kwelders zijn:

  • groter areaal aan natuurlijke kwelders;
  • een meer natuurlijke morfologie en dynamiek, waaronder natuurlijke afwateringspatronen van kunstmatige kwelders, op voorwaarde dat het huidige oppervlak niet wordt verkleind;
  • verbeterde natuurlijke vegetatiestructuur van kunstmatige kwelders, inclusief de pionierszone.

Behoud eilandkwelders

Beheersrichting: Via stuifdijkbeheer door Rijkswaterstaat wordt gestreefd naar behoud van het huidige areaal eilandkwelders. Met het oog op maximale natuurlijke ontwikkeling zal dit op extensieve wijze gebeuren.De stuifdijken op de Waddeneilanden vormen een belangrijke basis voor het bestaan en in stand blijven van de achterliggende kwelders. De min of meer gesloten stuifdijken op Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog worden, met het oog op behoud van het kwelderareaal, grotendeels in stand gehouden. Het onderhoud aan de stuifdijken is extensief (dynamisch handhaven), waardoor een meer dynamische zeereep ontstaat met mogelijkheden voor verstuiving en verjonging van karakteristieke biotopen. Er worden twee onderhoudsregimes onderscheiden (tabel 1 en kaart 4):

  1. het gebied waar alleen onderhoud wordt uitgevoerd als dit voor het behoud van de achterliggende kwelders noodzakelijk is. Dit onderhoud bestaat uit eenvoudige ingrepen als het plaatsen van stuifschermen en het aanplanten van helmgras. Eventuele openingen in de stuifdijk kunnen worden hersteld;
  2. Een aantal uiteinden van de Waddeneilanden waar geen enkel onderhoud plaatsvindt zodat er volledig natuurlijke dynamiek is.

Tabel 1. Overzicht van het geomorfologisch onderhoud per Waddeneiland.

 

Eiland
Onderhoud Noordzee-zijde
Onderhoud wadzijde
Texel
Verdere uitbreiding van de stuifdijken op de Hors zal niet plaatsvinden. In het gebied ten zuid-westen hiervan is vrije dynamiek.
De bestaande oeververdediging langs de Schorren wordt zo nodig onderhouden; er vindt geen uitbreiding plaats.
Vlieland
Het onderhoud aan alle stuifdijken op de Vliehors, ten westen van paal 40 is gestaakt.
Een deel van de Kroon_'s Polders wordt onder invloed van zout water gebracht (MPW). Eventueel herstel van een deel van de bestaande waddenglooiing vindt plaats op natuur- en milieuvriendelijke wijze.
Terschelling
Voor de Noordsvaarder zal onderzocht worden in hoeverre de stuifdijken onderhouden moeten worden voor de veiligheid van West-Terschelling (MPW). De stuifdijk ten noorden van de Boschplaat tussen paal 20 en 26 wordt dynamisch gehandhaafd. Vanaf paal 26 geen onderhoud; er is vrije dynamiek.
Het Groene Strand ten oosten van de Noordsvaarder wordt onder grotere invloed van het zoute water gebracht (MPW).
De oeververdediging langs de Grië wordt gehandhaafd; er vindt geen uitbreiding plaats.
Ameland
De zeereep tussen paal 17 en 23 ten noorden van de Kooi-Oerd stuifdijk wordt dynamisch gehandhaafd. Ten oosten van de NAM-locatie (paal 23) geen onderhoud; er is vrije dynamiek. De effecten worden gevolgd door monitoring.
De oeververdediging langs het Neerlandsreid wordt gehandhaafd. Bij eventueel herstel van de bestaande, plaatselijk in slechte staat verkerende verdediging, zal natuurvriendelijk materiaal gebruikt worden. Er vindt geen uitbreiding plaats van de oeververdediging (MPW).
Schiermonnikoog
Buiten de bestaande verdedigingsgordel aan de westzijde vindt geen onderhoud plaats. De bestaande stuifdijk aan de oostzijde van het eiland wordt dynamisch gehandhaafd tussen paal 7 en 10.4. Ten oosten van paal 10.4 geen onderhoud; er is vrije dynamiek.
Rottumerplaat
Er wordt geen onderhoud meer uitgevoerd; er is volledig vrije dynamiek. De ontwikkelingen op Rottumerplaat en Rottumeroog worden met monitoring gevolgd.

 

Rottumeroog
Er wordt onderhoud uitgevoerd om de levensduur van het eiland te verlengen. Op de langere duur worden de morfologische ontwikkelingen geaccepteerd. Daarom beperkt het beheer zich tot het planten van helm en het plaatsen van stuifschermen. Het beheer wordt geëvalueerd (MPW).

 

Griend
In 1988 is dit eiland ten behoeve van de avi-fauna beschermd door het aanbrengen van een zanddijk. Aangenomen mag worden dat Griend zeker nog een halve eeuw blijft bestaan. Daarom zal er geen onderhoud worden uitgevoerd.
Kleinere zandplaten
Er wordt geen onderhoud uitgevoerd; er is volledig vrije dynamiek.

 

De toenemende dynamiek op de uiteinden van de Waddeneilanden kan op den duur tot verlies van kwelderareaal leiden. De korte-termijn ontwikkelingen wijzen in ieder geval op een verhoogde dynamiek, met name aan de oostzijde van Schiermonnikoog waar enkele bressen in de stuifdijk zijn ontstaan. Gezien het zeer langzame tempo van de veranderingen lijkt het erop dat de effecten van het nu gevoerde beheer (tabel 1) pas na een groot aantal jaren kunnen worden beoordeeld. De nu gekozen verdeling van gestabiliseerde en dynamische gebieden zal dan ook gedurende enkele decennia gehandhaafd moeten worden. Dit laat onverlet dat de natuurlijke dynamiek continu punt van aandacht in het beheer moet zijn, en dat waar mogelijk, meer dynamiek in de zeereep toegelaten wordt. Monitoring van de ontwikkelingen moet uitwijzen of het beheer bijgesteld moet worden.

Aan de wadzijde van de eilandkwelders vindt plaatselijk kwelderaanwas plaats, veel kwelderranden zijn praktisch stabiel, en op een aantal plaatsen treedt enige erosie op. Twee kwelderranden zijn met een stenen of asfalten oeververdediging beschermd, namelijk de Grië op Terschelling en het Neerlandsreid op Ameland. Verder worden de Schorren op Texel beschermd door een eenvoudige constructie van rijshouten dammen. De oeververdedigingen beschermen het kwelderareaal, maar zijn in strijd met het streven naar een dynamische situatie in het Waddengebied. Gegeven een voldoende bescherming van kwelders door de stuifdijken moet plaatselijke kwelderafslag aan de wadzijde als volkomen natuurlijk worden beschouwd. Vanwege de wens tot behoud van kwelderareaal kunnen genoemde oeververdedigingen echter worden gehandhaafd en is herstel op natuurvriendelijke wijze aanvaardbaar. Het aanleggen van nieuwe oeververdedigingen voor bestaande eilandkwelders past niet in de beheersvisie en wordt niet toegestaan.

Behoud vastelandskwelders

Beheersrichting: Het huidige areaal aan vastelandskwelders dient gehandhaafd te worden door middel van actief beheer als compensatie voor kwelders die door indijkingen verloren zijn gegaan. Met het oog op een natuurlijke ontwikkeling is het beheer op de langere termijn gericht op het zodanig veranderen van de kwelderwerken dat ze de natuurlijke kwelderstructuur zoveel mogelijk benaderen, zonder dat noemenswaardig kwelderverlies optreedt en met een zo gering mogelijk ruimtebeslag op het wad. Daar, waar de kans bestaat op spontane kweldervorming, zullen in principe geen werkzaamheden worden uitgevoerd om de kweldervorming te stimuleren.

Kaart 4 geeft een overzicht van de eiland- en vastelandskwelders aan de Waddenzee.

De enige restanten van oude natuurlijke vastelandskwelders liggen bij Den Helder (het noordelijk deel van de Kooihoekschor) en ten noorden van de Dollard (Punt van Reide). Bij het beheer van deze kwelders wordt enige afslag (orde 1 à 2 meter per jaar) geaccepteerd. Bij een sterkere afslag worden maatregelen genomen die de afslag effectief inperken of geheel tot stilstand brengen. Daarbij worden constructies die het voorliggende wad beïnvloeden zoveel mogelijk vermeden. Actief onderhoud van de Kooihoekschor is, door de relatief beschutte ligging bij westenwinden en geringe afslag, niet nodig. De huidige verdediging van de Punt van Reide bestaat uit strekdammen en een oeverbescherming van steen en asfalt. Momenteel onderzoekt Rijkswaterstaat natuurvriendelijker en minder kostbare methoden van onderhoud zonder dat noemenswaardig kwelderverlies optreedt (MPW).

Een groot deel van de vastelandskwelders is sinds 1935 ontstaan door landaanwinningswerken van de overheid. Deze worden door Rijkswaterstaat als kwelderwerken langs de Fries-Groningse noordkust voortgezet. Voorzover de vastelandskwelders niet tot de voormalige rijkslandaanwinningswerken behoren (zoals de Dollardkwelders), worden ze door particulieren beheerd; het onderhoud bestaat dan hoofdzakelijk uit wat greppelwerk.

De kwelderwerken van de overheid bestaan uit rijsdammen die een waterdoorlatende versperring vormen en golfdempend werken zodat sedimentatie van slib wordt bevorderd. Vegetatiegroei is pas mogelijk in wat drogere omstandigheden boven gemiddeld hoogwaterniveau. Daarom wordt de ontwatering bevorderd door het in stand houden van sloten en greppels.
De laatste jaren is begonnen met een reorganisatie van het dammenbestand met als doel een meer effectieve bescherming van de kwelder en een geringer ruimtebeslag op het wad:

  • op een aantal plaatsen wordt het net van de rijsdammen in de middelste bezinkvelden verdicht door tussendammen te plaatsen. Hierdoor kan extra slib bezinken;
  • ook wordt op enkele plaatsen de dwarsdam tussen het aan de dijk gelegen en het middelste bezinkveld hersteld. Het onderhoud aan de zeewaartse rijsdam is op de meeste plaatsen gestaakt. Door deze versmalling van de strook kwelderwerken wordt tevens het onbeïnvloede wadplatengebied vergroot;
  • aan de oostzijde van Noordpolderzijl zal in de planperiode een praktijkproef worden uitgevoerd met een zwaardere langsdam op de grens van de begroeide kwelder. Deze proef is bedoeld om in erosieve delen het kwelderareaal te kunnen handhaven. De dam bestaat deels uit verschillende houtsoorten en deels uit schanskorven en breuksteen. De resultaten zullen in de planperiode worden geëvalueerd (MPW).

In de kwelders wordt de ontwatering zoveel mogelijk door middel van freeswerk bevorderd. Sinds 1982 worden proeven gedaan met een minder intensieve ontwatering. In de planperiode worden hiervoor in beschutte gebieden met weinig kans op erosie (Zwarte Haan en bij de Holwerderpier) proeven uitgevoerd met als doel, waar mogelijk, een ontwatering te krijgen die zichzelf in stand kan houden. (MPW).

In de onbegroeide bezinkvelden worden, voor een natuurlijker ontwikkeling, geen greppels en dwarssloten meer in stand gehouden.Ten behoeve van de ontwatering van de dijkvoet van de vastelandsdijk ligt er op vele plaatsen een petsloot evenwijdig aan de dijk. Van daar uit kan het water afvloeien naar het wad via de afvoergangen die tevens dienen voor de drainage van de voorliggende kwelder. De afwatering van de dijk moet te allen tijde worden gehandhaafd. Indien nodig in verband met de dijkveiligheid kunnen, in een strook ter breedte van ca. 50 m langs de dijk, ook andere werkzaamheden buitendijks worden uitgevoerd. Deze werkzaamheden zullen worden voorbereid en uitgevoerd in overleg met alle relevante beheerders.

Langs de Noord-Hollandse kust liggen wel wadplaten maar er zijn slechts enkele kleine kwelders aanwezig. Deze werden in het verleden te klein geacht als broedgebied en hoogwatervluchtplaats voor vogels. Daarom zijn in de jaren '80 langs het Balgzand en bij Wieringen (het Normerven) enkele gebiedjes opgespoten. Wegens sterke erosie is in 1994 begonnen met een vernieuwing van het Normerven. Deze reconstructie is in 1995 voltooid. De genoemde gebieden worden zodanig beheerd dat ze in stand blijven en dat er gunstige omstandigheden aanwezig blijven voor broedende en rustende vogels.
Natuurlijke ontwikkeling in dit gebied kan ook nieuwe kwelders opleveren. Er zal in de planperiode een onderzoek gestart worden naar de kansen op natuurlijke kwelderontwikkeling langs de Noord-Hollandse kust (MPW).

Uitbreiding vastelandskwelders/herstel zout-water invloed

Beheersrichting: Gestreefd wordt naar een uitbreiding van het kwelderareaal ten westen van Holwerd als compensatie voor kwelders die door bedijkingen verloren zijn gegaan. Deze uitbreiding dient door ontpoldering van zomerpolders plaats te vinden. Waar mogelijk wordt gestreefd naar herstel van de zout-water invloed in ingepolderde gebieden.Het uit te polderen gebied ligt tussen Holwerd en Zwarte Haan, en is in eigendom van particulieren. In totaal gaat het om ca. 1000 hectare zomerpolders. Inmiddels is de financiering voor de aankoop van deze gronden door het Fryske Gea rond en zijn in vier verschillende zomerpolders percelen aangekocht. Realisatie van de overige gronden is mede afhankelijk van de bereidheid tot verkoop van de gronden door de particuliere eigenaren.

Uit de ontwikkeling van eerder uitgepolderde zomerpolders blijkt dat zich in het uitgepolderde gebied zeer snel een kweldervegetatie vestigt, waarbij de structuur van de aanwezige greppels en sloten wel grotendeels intact bleef. In 1996 zal een inrichtingsschets en een voorlopige beheersrichting worden opgesteld. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen op welke wijze het gebied het beste beheerd kan worden, waarbij ook gekeken wordt naar mogelijkheden om de zout-water invloed in het gebied te vergroten.Ook op andere plaatsen langs de Waddenzee zijn mogelijkheden om de zout-water invloed in het achterliggende poldergebied te vergroten. Naast de Kroon's Polders op Vlieland en het Groene Strand ten oosten van de Noordsvaarder op Terschelling (tabel 1) kan ook op andere plaatsen, bijvoorbeeld in de Breebaartpolder bij de Punt van Reede, sprake zijn van een grotere zout-water invloed.

Vegetatiebeheer

Beheersrichting: Beheer van vegetaties in het plangebied geschiedt alleen door beweiding. Het doel hiervan is het verkrijgen van een veelzijdiger vegetatie-structuur, die behalve meer plantensoorten ook een groter scala aan diersoorten die van nature in het Waddengebied thuishoren, oplevert. Er vindt geen beheer plaats ten behoeve van bepaalde soorten; alleen zeegras wordt beschermd tegen beschadiging. Andere vormen van beheer en/of gebruik van kweldervegetaties zijn niet toegestaan. Daaronder valt ook het beroepsmatig snijden van zeegroente (zeeaster en zeekraal) vanwege het effect op de vegetatie en de verstoring van vogels.De vegetaties in het PKB gebied zijn in het algemeen niet erg gevoelig voor betreding. Wel kan veel schade worden aangebracht door voertuigen. Het gebruik van auto's en terreinwagens leidt op kwelders vrijwel altijd tot blijvende spoorvorming, later gevolgd door erosie. Het rijden op kwelders met motorvoertuigen is dan ook verboden.

Beweiding op eilandkwelders

Beheersrichting: Een aanzienlijk deel van de eilandkwelders wordt niet beweid. De beweide gebieden worden, met uitzondering van de reeds voorziene uitbreiding op Schiermonnikoog, niet uitgebreid met het oog op een zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling. Er wordt gestreefd naar een extensieve begrazing met geleidelijke overgangen tussen meer en minder begraasde gebieden.

Beweiding op zomerpolders en vastelandskwelders

Beheersrichting: Gestreefd wordt naar een matige tot extensieve begrazing van de vastelandskwelders met geleidelijke overgangen van intensiever begraasde gebieden naar ruige, onbegraasde plaatsen.Hogere kwelders zijn van nature de beste gebieden voor grote grazers. De gewenste begrazingsdruk kan tot stand komen door runderen die in kuddes, vanuit enkele concentratiepunten, uitzwerven over een relatief groot gebied. Een dergelijk beheer is niet mogelijk wanneer een buitendijks terrein is onderverdeeld in veel kleine gebieden van particuliere eigenaren. In dat geval wordt toch gestreefd naar een gemiddeld genomen extensieve begrazing door een afwisseling van intensief, extensief en geheel onbeweide gebieden.

De beweiding van de Groningse kwelders is al in overeenstemming met deze principes. In 1996 zal dit worden vastgelegd in een beheersplan met de oevereigenaren. De beweiding van Noord Friesland Buitendijks zal in overeenstemming met deze principes worden gebracht zodra herinrichting door uitpolderen van de zomerpolders mogelijk is. Voor gronden die nu al in handen zijn van het rijk of een natuurbeheerder wordt een overgangsbeheer gevoerd: een gereduceerde begrazingsdruk en plaatselijk onbegraasde gebieden (zie kaart 5).

In een aantal kweldergebieden en zomerpolders die in particuliere handen zijn, wordt nog kunstmest gebruikt. De gebruikte hoeveelheden zijn zodanig, dat het effect op de vegetatie gering is. Dit kunstmestgebruik wordt gedoogd, maar zo mogelijk in overleg met de eigenaren stopgezet. Bij zomerpolders die worden aangekocht om er kwelders te laten ontstaan, zal het gebruik van kunstmest worden beëindigd.