Eidereendensterfte

foto Eidereend
foto Eidereend

In de winter van 1999/2000 werden in de Waddenzee grote aantallen dode eidereenden gevonden, het aantal was 6 keer hoger dan normaal. Veel levende eidereenden bleken erg versuft en gemakkelijk te vangen. De dode eidereenden bleken sterk vermagerd en hadden parasieten in hun maag en darmen.
Naar aanleiding daarvan ontstond een politieke en maatschappelijk discussie over de mogelijk oorzaken en de te nemen maatregelen. Er werden kamervragen gesteld aan de Staatssecretarissen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Vanuit beide ministeries zijn onderzoeken gestart. Hieraan hebben verschillende deskundigen van verschillende onderzoeksinstanties en andere organisaties meegewerkt.

In eerste instantie concludeerden deskundigen dat in de meeste gevallen de directe doodsoorzaak van de eidereenden de besmetting met parasieten is geweest. De besmetting komt doordat de eidereenden veel strandkrabben zijn gaan eten waarin de darmparasiet (Profilicollis botulus en waarschijlijk ook de maagparasiet Amidosomum spec.) voorkomt. De eidereenden konden de besmetting nu niet aan omdat hiervoor de benodigde voedselhoeveelheid niet kon worden opgenomen. De vogels zijn daardoor uiteindelijk verhongerd.
Tijdens discussies tussen de verschillende partijen werd een mogelijk verband gelegd tussen de sterfte van de eidereenden en de mechanische schelpdiervisserij. In opdracht van de Staatsecrataris van het Ministerie van LNV is onderzocht of er een voedselprobleem was en wat de eventuele rol van de schelpdiervisserij zou kunnen zijn geweest.

De eidereenden leven voornamelijk van mossels en kokkels maar eten ook spisula en strandkrabben. Uit de beschikbare gegevens ten aanzien van de vier belangrijkste prooidiersoorten lijkt het aannemelijk dat in de winter van 1999/2000 sprake was dat de voedselsituatie afweek van andere jaren. De combinatie van omstandigheden was afwijkend van voorgaande jaren en heeft zich in ieder geval sinds 1994 niet voorgedaan. Mossels waren minder aantrekkelijk vanwege de mindere kwaliteit, Spisula was geen alternatief, kokkels hooguit ten dele en strandkrabben, die juist in de hoogste dichtheid sinds 1994 voorkwamen, juist wel.
Op grond van de voedselgegevens lijken veranderingen in de schelpdierbestanden te hebben geleid tot een voor eidereenden ongunstige voedselsituatie. Dit heeft in combinatie met de parasitaire besmetting waarschijnlijk de massale sterfte van eidereenden veroorzaakt.

Hieronder is het rapport van het Expertise Centrum van LNV te vinden. Dit rapport is een samenbundeling van de verschillende onderzoeken die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de eidereenden sterfte.