Beleid

PKB Waddenzee deel 4

In de PKB Derde Nota Waddenzee (van januari 2007) is het rijksbeleid voor de Waddenzee voor de komende tien jaar vastgelegd. In de PKB Waddenzee is het volgende aangeven over energie en delfstoffen:

Offshore-installaties

Er mogen in de Waddenzee geen booreilanden en andere offshore-installaties worden geparkeerd. Het kabinet maakt hierop een uitzondering voor de bestaande tijdelijke
parkeerfaciliteit in het Gat van de Stier tussen Den Helder en Texel. Op deze locatie mogen, in afwachting van onderhoudsen reparatiewerkzaamheden in de haven van Den Helder, maximaal twee offshore-installaties worden geparkeerd voor maximaal drie maanden per jaar. Alleen in noodgevallen kan tijdelijk sprake zijn van drie offshore-installaties en kan een eenmalige verlenging van de termijn worden toegestaan
met ten hoogste drie maanden. Deze tijdelijke faciliteit wordt binnen drie jaar beëindigd, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze pkb. Het kabinet zal zorgdragen
voor een alternatief buiten de Waddenzee voor het parkeren van booreilanden en andere offshore-installaties.

Diepe delfstoffen

Nieuwe opsporing en winning van diepe delfstoffen op locaties in de Waddenzee is niet toegestaan. Nieuwe opsporing en winning van gas onder de Waddenzee kan onder de volgende randvoorwaarden plaatsvinden:

  • nieuwe opsporing en winning van gas is alleen toegestaan vanaf locaties op het land en vanaf bestaande platforms in de Noordzee(kustzone);
  • er bestaat wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geentwijfel dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor de indeze pkb beschreven natuurlijke waarden en kenmerken;
  • een onafhankelijke instantie adviseert het bevoegd gezag over de opzet, uitvoering en beleidsconsequenties vaneen adequate monitoring van alle relevante effecten enontwikkelingen, zodat indien nodig door het bevoegd gezag kan worden ingegrepen volgens het 'hand aan dekraan' principe;
  • de benodigde op te richten bouwwerken (waaronder het tijdelijk plaatsen van boorinstallaties) worden zo zorgvuldig mogelijk ingepast in het landschap ter bescherming van de unieke openheid daarvan, met behulp van de best beschikbare technische mogelijkheden;
  • gelet op deze zorgvuldige inpassing in het landschap wordt tijdelijk gebruik van installaties ten behoeve van exploratie, onderhoud en winning als niet schadelijk beschouwd voor open horizon en duisternis

De bovenstaande randvoorwaarden worden uitgewerkt in winnings- en meetplannen zoals voorgeschreven in de Mijnbouwwet en in de vergunningverlening op grond van de
Natuurbeschermingswet 1998. Op toelichtende kaart 17 staan de vergunningsgebieden en de bestaande winninglocaties voor gaswinning onder de Waddenzee weergegeven.

Het plaatsen van windturbines

Er mogen in de Waddenzee geen windturbines worden geplaatst. De toelaatbaarheid van plaatsing van windturbines in de nabijheid van het pkb-gebied zal van geval tot geval worden beoordeeld door toepassing van de criteria zoals opgenomen in het nationaal ruimtelijk beleid en het afwegingskader zoals aangegeven in deze pkb.

Ontgrondingen

De zandwinning in de Waddenzee is beperkt tot het bij het regulier onderhoud van vaargeulen en bij incidentele verdere verdiepingen van delen van de hoofdvaargeulen vrijkomende zand en vrijkomend zand bij ontgrondingen ten behoeve van bouwwerken genoemd als uitzondering onder paragraaf 3.2i.

De schelpenwinning in de Waddenzee wordt gereguleerd door contingentering en zonering. Zie toelichtende kaart 18. Uitgangspunt is dat de jaarlijks gewonnen hoeveelheid schelpen in de Waddenzee en de buitendelta's van de aangrenzende Noordzeekustzone niet meer bedraagt dan het langjarig gemiddelde van de natuurlijke netto schelpenproductie,
waarvan de helft en tot een maximum van 90.000 m3 per jaar in het pkb-gebied. Schelpenwinning wordt alleen toegestaan beneden het niveau van NAP - 5 meter.