Waddenzeebeleid

Het Nederlandse beleid ten aanzien van het waddengebied is vastgelegd in de Derde Nota Waddenzee. Deze nota heeft Voor het besluit algemene regels ruimtelijke ordening, waar de concrete beleidsbeslissing uit de PKB in zijn opgenomen, wordt u verwezen naar de website Wetten.nl. De Derde Nota Waddenzee werd in 2006 opnieuw vastgesteld door de Regering en de Eerste en Tweede Kamer. Vanaf februari 2007 is de Derde Nota Waddenzee rechtsgeldig geworden. Hierin is ook het nieuwe beleid ten aanzien van gaswinning en visserij in de Waddenzee vastgelegd.

Voor Nederland heeft de Derde Nota Waddenzee betrekking op alle grond die bij vloed vanuit de Waddenzee onderloopt. Dit is inclusief de kwelders (zoals de Boschplaat op Terschelling en Nieuwlandsreid op Ameland), strandvlakten (zoals de Hors op Texel en het Rif bij Schiermonnikoog) en onbewoonde eilanden, zoals Rottumeroog en Griend. Het Noordzeestrand op de eilanden en buitengaatse zandplaten zoals Noorderhaaks vallen buiten het beschermde gebied.

Uitwerking Derde Nota Waddenzee

Er zijn verschillende documenten waarin dit beleid verder wordt uitgewerkt, onder anderen via de instelling van het Staatsnatuurmonument Waddenzee (vallend onder de Natuurbeschermingswet), de Structuurnota Kust- en Zeevisserij, het Interprovinciaal Beleidsplan Waddenzee en het nieuw op te stellen Beheer en Ontwikkelingsplan voor de Waddenzee. Voor het toezicht en de handhaving van de wetten en regels is een aantal inspectievaartuigen op het wad actief.

De Waddenzee is voor 90 procent aangewezen als Staatsnatuurmonument. Menselijke activiteiten moeten passen in dit natuurbeschermingsbeleid. Dat betekent dat rekening wordt gehouden met de effecten van menselijke activiteiten op natuur- en landschappelijke waarden. Ongewenste effecten van menselijke activiteiten worden daarbij vermeden.

Binnen het PKB-gebied zijn de gebieden in verschillende mate beschermd. Het strengst beschermd zijn de staatsnatuurreservaten: in artikel-17 van de Natuurbeschermingswet staat dat deze gebieden niet vrij toegankelijk zijn. Daarnaast zijn er gebieden die vallen onder het mildere artikel 16 van de Natuurbeschermingswet. Daar mag iedereen komen, maar activiteiten die de natuur duidelijk verstoren kunnen worden geweerd. En tenslotte zijn er de druk bevaren vaargeulen en dergelijke, die niet onder de Natuurbeschermingswet vallen. Op deze gebieden zijn alleen de algemene bepalingen van de Derde Nota Waddenzee van kracht en de regels van Provincies en Gemeenten.

Het Staatsnatuurmonument Waddenzee is door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in 1996 aangemeld onder de Habitat-richtlijn van de Europese Unie.

In de Structuurnota Zee- en Kustvisserij zijn belangrijke bepalingen voor de visserij in het waddengebied vastgelegd. Een kwart van de wadplaten is permanent gesloten voor de mosselzaadvisserij en de mechanische kokkelvisserij is inmiddels geheel verboden. In de voedselarme jaren moet worden vastgesteld of er genoeg

Kamerbrief over beleidsverkenning, tussenevaluatie samenwerkingsagenda beheer en Herziene Samenwerkingsagenda Beheer Waddenzee 2016-2018

Minister Schultz van Haegen (IenM) stuurt het rapport 'Beleidsverkenning toekomstige rol en ambitie van Rijk en regio voor het Waddengebied' naar de Tweede Kamer. Ook stuurt zij de rapporten 'Tussentijdse evaluatie Samenwerkingsagenda Beheer Waddenzee' en de Herziene Samenwerkingsagenda Beheer Waddenzee 2016-2018 van maart 2017 naar de Kamer. Daarbij reageert zij op de rapporten. (6 juli 2017)

De kamerbrief met bijlagen op website Rijksoverheid

PKB Derde Nota Waddenzee in onderdelen

De Planologische kernbeslissing (pkb) Derde Nota Waddenzee bestaat uit 4 delen:

Deel 1: Ontwerp planologische kernbeslissing (oktober 2001 nota)

In februari 2001 publiceerde het kabinet zijn beleidsvoornemens voor de Waddenzee in deel 1 van de planologische kernbeslissing Derde Nota Waddenzee. Kernpunt in de visie van het kabinet is dat natuur en landschap duurzaam moeten worden beschermd en ontwikkeld. Het unieke open landschap moet behouden blijven. Menselijke activiteiten blijven mogelijk, maar die mogen niet ten koste gaan natuur en landschap. Natuurlijke processen hebben voorrang. Wind, water en slib krijgen vrij spel, zodat het gebied zich voortdurend kan vernieuwen. De ambitie is te zorgen voor een waterkwaliteit waarin flora en fauna zich optimaal kunnen ontwikkelen. In deel 1 stelt het kabinet maatregelen voor om deze doelstelling te realiseren.

Deel 2: Reacties op ontwerp pkb (november 2001 nota)

Pkb deel 2 bundelt de reacties van burgers, belangengroeperingen en overheden op deel 1. Het bestaat uit drie onderdelen: hoofdlijnen uit de inspraak, verslagen van bestuurlijk overleg en het advies van de Waddenadviesraad. Het is op 12 november 2001 door de minister van VROM aan de Tweede en Eerste Kamer toegezonden.

Deel 3: Kabinetsstandpunt planologische kernbeslissing: november 2001 nota en aangepaste versie op 22 december 2005.

Deel 4: Na behandeling van de pkb in de Tweede Kamer en Eerste Kamer, wordt deze gepubliceerd in de Staatscourant en ter visie gelegd vanaf 21 februari 2007.

Kamerbrief Waterbeleid

In aanloop naar het algemeen overleg Water van 16 juni 2016, informeert minister Schultz, mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, de Tweede Kamer over de actuele stand van zaken ten aanzien van diverse wateronderwerpen. Ze gaat tevens in op een aantal moties en toezeggingen.

Kamerbrief Waterbeleid, 8 juni 2016 (pdf, 784 Kb)