Samenvatting Deel 3 Derde Nota Waddenzee

In deze notitie zijn door InterWad de belangrijkste nieuwe beleidskeuzes weergegeven van het Kabinetsstandpunt over de Derde Nota Waddenzee (PKB deel 3; 19 oktober 2001) ten opzichte van de huidige Tweede Nota Waddenzee. Voor de volledige tekst van de Derde Nota wordt verwezen naar het Dossier Derde Nota Waddenzee op deze site.

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

  • Het nieuwe beleid voor de Waddenzee (planperiode) zal 10 jaar geldig zijn in plaats van 5 jaar.
  • In het hoofdstuk 3 van de Derde Nota Waddenzee zijn een aantal concrete beleidsbeslissingen over menselijke activiteiten in het waddengebied opgenomen, die andere overheden bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen in acht moeten nemen.
  • De wenselijkheid en mogelijkheden voor het instellen van een Internationaal Park Waddenzee zullen worden verkend.

Hoofdstuk 2 Beleidsuitgangspunten

  • De hoofddoelstelling voor de Waddenzee is uitgebreid met: `het behoud van het unieke open landschap'. Ook worden nu de archeologische waarden beschermd.
  • Er is een nieuw ontwikkelingsperspectief voor de Waddenzee aangegeven, gericht op de lange termijn tot 2030.
  • Het kabinet neemt het initiatief om samen met de waddenprovincies en -gemeenten een duurzaam sociaal-economisch ontwikkelingsperspectief voor het waddengebied op te stellen, binnen de randvoorwaarden van het ontwikkelingsperspectief van deze pkb. Het kabinet zal de belangenorganisaties hierbij betrekken.

Hoofdstuk 3 Beleidskeuzen

Algemeen

  • In de eerste helft van de planperiode (komende 5 jaar) zullen door het Kabinet besluiten genomen worden over het herstel van zoet-zout overgangen in het waddengebied.
  • Ook in de eerste helft van de planperiode zal onderzoek plaatsvinden naar het zoveel mogelijk ruimte geven aan natuurlijke processen in relatie tot klimaatverandering en zeespiegelstijging.
  • Het beleid voor een aantal menselijke activiteiten in de Derde Nota Waddenzee is meer op hoofdlijnen beschreven
  • Menselijke activiteiten in de Waddenzee mogen archeologische waarden in de bodem in beginsel niet aantasten.

Burgerluchtvaart

  • De minimale vlieghoogten voor de burgerluchtvaart (450 meter) gelden nu ook voor de Noordzeekustzone (tot 3 zeemijlen uit de kust), waddeneilanden en zeegaten.
  • Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden voor een vliegverbod voor de kleine luchtvaart boven stiltegebieden en een verbod op reclamesleepvliegen.

Offshore installaties

  • In de waddenzee mogen -net zoals geldt in de vigerende PKB- geen booreilanden worden geparkeerd. De tijdelijke parkeerfaciliteit loopt daarentegen niet af, zoals is aangekondigd in de vigerende PKB, maar wordt nog met in beginsel 3 jaar verlengd.

Bebouwing

  • Er mogen in de Waddenzee geen gebouwen worden geplaatst; nieuwe bebouwing langs de rand van de Waddenzee mag alleen op plaatsen die aangegeven worden in de Vijfde Nota Ruimlelijke Ordening.

Energie

  • Er mogen in de Waddenzee geen proefboringen naar voorkomens van diepe delfstoffen worden uitgevoerd en er wordt geen toestemming gegeven voor nieuwe winning van diepe delfstoffen op locaties in de Waddenzee.
  • Zolang niet alle onzekerheden en twijfel over mogelijk blijvende aantasting van de Waddenzee, als gevolg van winning van diepe delfstoffen op locaties in het waddengebied buiten de Waddenzee die leidt tot bodemdaling onder de Waddenzee, in voldoende mate zijn weggenomen, zal het kabinet geen nieuwe vergunningen verlenen voor proefboringen naar en winning van dergelijke diepe delfstoffen.
  • De komende jaren zullen worden benut om inzicht te verkrijgen in de vraag of de resterende onzekerheden over de mogelijkheid tot het voldoen aan sluitende voorwaarden kunnen worden weggenomen.
  • Er mogen in de Waddenzee geen windturbines worden geplaatst. Het kabinet maakt hierop een uitzondering door medewerking te verlenen aan het plaatsen van windturbines bij de Afsluitdijk, in het kader van het Interprovinciaal Project Windmolenpark Afsluitdijk. Voor uitvoering van het project is vereist dat het project de toets van het afwegingskader zoals aangegeven in deze pkb kan doorstaan.

Schelpenwinning

  • De schelpenwinning in de Waddenzee mag maximaal de gemiddelde jaarlijkse natuurlijke aanwas bedragen, tot een maximum van 90.000 m3 per jaar en is beperkt tot bepaalde gebieden (zonering).

Recreatie

  • Het aantal ligplaatsen voor de recreatievaart in de bestaande havens aan de Waddenzee mag maximaal 4400 bedragen (zie ook Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening).
  • In pkb deel 3 is het in deel 1 voorgenomen verbod op speedboten geschrapt.

Visserij

  • De voedselreservering (mossels, kokkels en spisula) voor vogels in de Waddenzee en in Noordzeekustzone is aangescherpt.
  • De garnalenvisserij is niet toegestaan op de droogvallende platen binnen de voor de visserij gesloten gebieden.

Militaire activiteiten

Om de milieubelasting in de Waddenzee te verminderen heeft het kabinet tot de volgende aanpassingen van de bestaande militaire activiteiten besloten:

  • het gedeelte van de laagvliegroute voor gevechtsvliegtuigen boven de Waddenzee wordt opgeheven;
  • de minimum vlieghoogte voor militaire vliegtuigen boven de Waddenzee wordt verhoogd van 300 meter naar 450 meter;
  • luchten met militaire helikopters en de verschillende naderingswijzen van de schietrange op de Vliehors vormen hierop een uitzondering;
    het aanvliegen van de schietrange op de Vliehors zal zo veel als mogelijk plaatsvinden vanaf de Noordzee in plaats van over de Waddenzee.

Het marinevliegkamp Valkenburg bij Leiden wordt in principe verplaatst naar het marinevliegkamp De Kooy in Den Helder. Hiertoe wordt een project-pkb-procedure gevolgd, waarin ook alternatieve locaties worden onderzocht en wordt het afwegingskader zoals aangegeven in deze pkb gehanteerd.

 

Hoofdstuk 4 Afwegingskader

  • Het afwegingskader voor menselijke activiteiten zal volledig worden afgestemd op het afwegingskader in de herziene Natuurbeschermingswet. Hierin zal ook het Europeesrechtelijke afwegingskader worden verwerkt (o.a. de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen).

Hoofdstuk 5 Doorwerking en evaluatie van het Waddenzeebeleid

  • Het Beheersplan Waddenzee zal worden herzien in 2002
  • Het Kaderplan Communicatie Overheden Waddenzee zal worden herzien in 2002.
  • Er is geen apart hoofdstuk meer in de Derde Nota Waddenzee opgenomen, over voorlichting en educatie van de overheden in het waddengebied. Naar aanleiding van veel opmerkingen hierover, is in hoofdstuk 5 van deel 3 wel weer expliciete aandacht voor dit onderwerp.
  • Het rijk zal in de eerste helft van de planperiode van deze pkb, in overleg met de waddenoverheden, de mogelijkheid bezien om te komen tot één loket voor toestemming-/ vergunningverlening
  • Het kabinet wil met de waddenoverheden gezamenlijk invulling geven aan het kennismanagement Waddenzee.
  • Het trilateraal monitoring- en beoordelingsprogramma zal worden uitgevoerd

Hoofdstuk 6 Bestuurlijke organisatie

  • De huidige overleg en coördinatiestructuur voor het Waddenzeebeleid blijft bestaan: Coördinatiecollege Waddengebied (CCW) als bestuurlijk overlegplatform en Regionaal Coördinatiecollege Waddengebied (RCW) als overlegplatform voor uitvoering en beheer.
  • De organisatorische uitwerking van rol en positie van deze beide organen wordt door rijk, provincies en gemeenten vastgelegd in een protocol.

Bron: InterWad

Datum: 9 november 2001