Werelderfgoed beschreven in de Verklaring van Esbjerg

Nominatie als werelderfgoedgebied

  • 32. Het besluit in herinnering te roepen, genomen op de Conferentie in Stade in 1997, om te streven naar de nominatie van het Samenwerkingsgebied, of delen daarvan, als Werelderfgoed-gebied, in nauwe samenwerking met de plaatselijke en regionale autoriteiten, lokale belangen-groeperingen en bevolking, waarbij rekening wordt gehouden met de natuurlijke en cultuur-historische waarden van het gebied (WP §1.1.1 en §1.2.1).
  • 33. Het rapport 'De voordracht van het Beschermingsgebied van de Waddenzee tot Werelderfgoed' te verwelkomen dat een up-to-date haalbaarheidsonderzoek naar de nominatie van de Waddenzee als Werelderfgoed is en tot de conclusie komt dat:
    • 33.1 het Beschermingsgebied van de Waddenzee in aanmerking komt om te worden opgenomen in de Werelderfgoedlijst omdat het als een van de grootste wetlands ter wereld voldoet aan alle UNESCO criteria voor 'Natuurlijk Erfgoed';
    • 33.2 de nominatie van het Beschermingsgebied van de Waddenzee met het huidige behoud- en beheersregime voor de Werelderfgoedlijst haalbaar is;
    • 33.3 de inspanningen van de bevolking van de Waddenzeelanden voor het behoud en verstandig gebruik van de Waddenzee door het toekennen van de Werelderfgoedstatus zouden worden versterkt en dat dit voordelen en kansen biedt voor het gebied.
  • 34. Het proces te verwelkomen dat in het Waddengebied in gang is gezet om met de lokale bevolking omtrent de voorgenomen nominatie te overleggen, zoals dat in de UNESCO richtlijnen wordt verzocht.
  • 35. Zowel de steun als de reserves hieromtrent, die belanghebbenden en anderen te kennen hebben gegeven, te erkennen.
  • 36. Te erkennen dat het overlegproces in het Waddengebied als geheel nog niet is beëindigd, en dat de consultaties daarom zullen doorgaan met de bedoeling deze binnen één of twee jaar af te ronden.