1. Wat is het Waddenfonds?
Het kabinet heeft naar aanleiding van het advies van de Adviesgroep Waddenzeebeleid (AGW) besloten om in een periode van 20 jaar € 500 miljoen uit te trekken voor extra investeringen in de Waddenzee en het waddengebied. Voor deze investeringen wordt een apart Waddenfonds opgericht dat onder beheer staat van het ministerie van VROM.

Het kabinet heeft later besloten gehoor te geven aan de motie Van der Ham, zoals aangenomen door de Tweede Kamer op 16 november 2004. De voeding van het Waddenfonds wordt derhalve verhoogd met een bedrag van € 300 miljoen tot een totaal van € 800 miljoen Van deze extra voeding komt € 250 miljoen uit de aardgasbaten en € 50 miljoen uit de Algemene Middelen.
Met deze extra voeding vervalt de eerdere toezegging van het kabinet om vijf jaar voor het einde van het fonds te evalueren met het oog op verlenging en daarmee verhoging van het beschikbare bedrag. Met de extra voeding is de prijscompensatie over de oorspronkelijke voeding geborgd; de nu geraamde € 800 miljoen vormt een nominaal bedrag.

 

2. Waar gaat in geïnvesteerd worden?
De investeringen worden in principe verdeeld over de categorieën natuurherstel en -ontwikkeling, vermindering van bedreigingen (bijvoorbeeld ongelukken met scheepvaart en het tegengaan van 'exoten' zoals de Japanse oester), duurzame economische ontwikkeling en kennisinfrastructuur. Daarnaast wordt de nadeelcompensatie voor de beëindiging van de kokkelvisserij betaald uit het Waddenfonds.

 

3. Waar wordt nu aan gewerkt?
Voor het Waddenfonds wordt een Investeringsplan geschreven. Dit plan omvat een beschrijving op hoofdlijnen van:

  • een analyse van de belangrijkste uitdagingen en problemen van de Wadden;
  • een algemeen overzicht van de criteria waaraan projecten en investeringen moeten voldoen;
  • de manier waarop het Waddenfonds werkt, dus bijvoorbeeld wie bepaalt welke aanvragen worden toegekend.

Het Investeringsplan Waddenfonds wordt in principe vastgesteld voor de hele looptijd van het Waddenfonds (twintig jaar). Het plan vormt een uitwerking van het ontwikkelingsperspectief voor het waddengebied, zoals beschreven in de Nota Ruimte en de PKB Waddenzee.

 

Daarnaast wordt er een Uitvoeringsplan opgesteld met in principe een looptijd van vijf jaar. Hierin worden de investeringsprioriteiten voor het begin van de fondsperiode beschreven. Dit geeft dus in grote lijnen aan wat voor soort concrete projecten en programma's in deze periode met subsidie uit het Waddenfonds kunnen worden uitgevoerd. De toegekende aanvragen worden jaarlijks naast het uitvoeringsplan gelegd. Wanneer de uitkomst van deze evaluatie daartoe aanleiding geeft, wordt het uitvoeringsplan bijgesteld om nieuwe ontwikkelingen een plaats te kunnen geven.
Aanvragen voor het Waddenfonds kunnen ingediend worden zodra de Wet op het waddenfonds in werking treedt.

 

4. Wat is de wettelijke grondslag?
Het Waddenfonds heeft zijn wettelijke grondslag in de Wet op het waddenfonds. Zie vraag 6 voor de stand van zaken. Daarnaast wordt de wet uitgewerkt in een ministeriële regeling en beleidsregels. Hierin wordt in detail weergegeven hoe de subsidieregeling wordt vormgegeven en aan welke eisen subsidieaanvragen moeten voldoen.

 

5. Wat is de planning/wanneer is er een waddenfonds?
Het kabinet heeft een koppeling gelegd tussen het van start gaan van het Waddenfonds en het beschikbaar zijn van alle vergunningen die nodig zijn voor winning naar aardgas onder de Waddenzee. De inzet van is er echter op gericht om het Waddenfonds vanaf 1 januari 2007 van start te kunnen laten gaan.

 

6. Wat is de stand van zaken?
Minister Dekker heeft het wetsvoorstel op 14 juni 2006 naar de Tweede Kamer gestuurd, samen met het Investeringsplan. Op 13 juni stuurde de minister al het advies van de hoogleraren In 't Veld en Scheltema over de zeggenschap van de regio bij de verdeling van het fonds ('Tel je knopen', zie Publicaties). Op 7 juli ging vervolgens de reactie van het kabinet op het advies van de Raad voor de Wadden over het Uitvoeringsplan Waddenfonds naar de Tweede Kamer.


De ministeriële regeling die bij de wet hoort, moet nog in de ministerraad behandeld worden. Dat kan pas nadat de Tweede Kamer de wet heeft vastgesteld.

Eind december 2005 heeft VROM een Kamerbrief (pdf, 56 KB) gestuurd over de verdeelsleutel voor de verdeling van de 800 miljoen euro in het Waddenfonds (lees het persbericht).