Watersport

Watersport op de Waddenzee

Foto: K. Wiersma
Foto: K. Wiersma

De kustwateren van Nederland zijn populaire watersportgebieden. Alleen al in het waddengebied zijn er 17 jachthavens. Surfers, bootvissers, motorbootvaarders en zeilers genieten ieder op hun eigen manier van de zee. Sommige gebieden zijn gesloten of beperkt toegankelijk, en er is voor het waddengebied een speciale gedragscode voor watersporters ('Erecode voor Wadliefhebbers') opgesteld.

Voor beschikbaarheid van plekken in de waddenhavens wordt u verzezen naar de website waddenhavens.nl

Watersport en natuur
De kustwateren hebben als hoofdfunctie natuur. Daarnaast vindt veel recreatie plaats in deze gebieden. De reden van watersporters om op deze wateren te recreëren zijn verschillend. Het vrij zijn in doen en laten scoort hoog. Maar ook geestelijke ontspanning en natuurbeleving zijn belangrijk. Verder vinden veel mensen het belangrijk om ruimte om zich heen te hebben.

Veel van de doelen van watersporters komen overeen met de doelstellingen van de natuurbeheerders. Toch komt het geregeld tot botsingen. De doelstelling 'rust' wordt door beide groepen als belangrijk ervaren, maar het bereiken van deze doelstelling geeft nogal eens verstoring van de rust zoals natuurbeheerders die graag zien. Uit onderzoek blijkt dat vogels verstoord worden wanneer watersporters dichterbij komen dan 500 meter. Voor zeehonden ligt die grens op 1200 meter.

Watersport en milieu
Niet alleen de natuur wordt soms aangetast door watersporters, ook het milieu kan plaatselijk lijden onder deze tak van recreatie. Lozingen van olie, PAK's en koper hebben negatieve gevolgen op zeehonden en vogels. De organotinverbindingen die vroeger veel werden gebruikt bij de strijd tegen de aangroei onder de waterlijn, bleken bijzonder giftig te zijn voor veel bodemdieren, waaronder de purperslak en de wulk.

De watersporters nemen overigens maatregelen om de overlast te beperken. Jachthavens zijn verplicht om hun afvalwater te zuiveren. Ook olieresten mogen niet zomaar overboord gezet worden. Alle jachthavens beschikken vanaf april 1996 over faciliteiten om chemisch afval van de watersporters in te nemen. Daarnaast geeft o.a. het ministerie van LNV voorlichting aan toeristen die te dicht bij broedkolonies van bijvoorbeeld sterns op de eilanden komen.

Beleid ten aanzien van de watersport
De maatregelen die teveel verstoring en vervuiling van de watersport moeten tegengaan zijn opgenomen in verschillende beleidsstukken. In de PKB-Waddenzee is geregeld dat de scheepvaart zoveel mogelijk via de betonde vaarroutes moet verlopen. Het gebruik van extra-verstorende vaartuigen als speedboten wordt ook beperkt in deze Planologische Kernbeslissing. De drie Waddenzeeprovincies hebben gezamenlijk het Interprovinciaal Beleidsplan voor het waddengebied geschreven. Hierin is een limiet gesteld aan de hoeveelheid ligplaatsen in het waddengebied. Ook verplicht het de jachthavens om voldoende sanitaire voorzieningen te treffen. De gemeentelijke verordeningen, tot slot, regelen de plaatsen waar geankerd mag worden, waar men mag varen en hoe snel men mag varen buiten de officiële vaargeulen.

Volgens het Beheersplan Waddenzee (uit 1996) mag de recreatie in de westelijke Waddenzee en het Eems-Dollardgebied zich nog wat verder ontwikkelen. Het beheer ten aanzien van de grote watersport richt zich op het ontwikkelen van een gedragscode; de ingestelde zonering en het verbod om verder dan 200 meter buiten de laagwaterlijn van bebakende vaargeulen droog te vallen en de in acht te nemen verstoringsafstanden worden als 'vangnet' gehanteerd.

Een belangrijk knelpunt is de overbezetting van de jachthavens in het hoogseizoen. Daarvoor worden momenteel twee mogelijke oplossingen bestudeerd: het opzetten van een signaleringssysteem, waardoor de toervaarder tijdig te horen krijgt hoe druk het in de havens is, en het creëren van overloopcapaciteit oftewel meer ruimte om te ankeren of droog te vallen in de buurt van de eilander havens.

Regels voor snelle motorboten
In de hele waddengebied mogen snelle motorboten niet sneller varen dan 20 km per uur. Uitzonderingen gelden voor de betonde vaargeulen van zee naar Den Helder, Den Oever, Oudeschild, Harlingen, Kornwerderzand en Lauwersoog en de vaarroutes van en naar de eilanden. Ook in de Texelstroom, in de Vliestroom en in het Marsdiep mag binnen de vaargeulen harder dan 20 km per uur gevaren worden. De zones nabij Oudeschild en Den Helder mogen ook worden gebruikt voor waterskiën. De zones waar motorboten sneller mogen varen dan 20 km per uur zijn zo uitgekozen dat de invloed van het snelvaren in die gebieden op de natuurwetenschappelijke, ecologische en landschappelijke waarden zeer gering zijn. Bovendien worden de gebieden weinig intensief gebruikt.

Schoon onderwaterschip
Een groot probleem in de watersport is de bestrijding van de aangroei van bacteriën, algen en zeepokken op het onderwaterschip. Van oudsher gebruikte men (PAK-houdende) teerproducten om deze aangroei tegen te gaan. Later zijn slijtende, giftige verfsoorten (antifoulings) in zwang gekomen. De tinhoudende verven zijn inmiddels verboden voor de kleinere schepen omdat de tinverbindigen onaanvaardbare schade voor purperslakken en wulken opleverde. Maar het gemakkelijkste alternatief, koperhoudende antifouling, dat tegenwoordig veel wordt gebruikt, is niet veel minder milieubelastend. Het College voor de Toelating Bestrijdingsmiddelen heeft afgekondigd dat er per 1 september 1999 een verbod op koperhoudende aangroeiwerende verven geldt. Men zoekt dus naarstig naar echt goede alternatieven. Een hoopgevende ontwikkeling is de zogenaamde non-stick-coating. Dit verfsysteem bevat geen giftige stoffen, maar gaat aangroei tegen door zijn uitermate gladde afwerking: organismen kunnen er slecht op hechten, en wat er toch op hecht is er ook weer gemakkelijk van af te boenen. Een tweede belangrijke ontwikkeling is de borstelbaan, waar het onderwaterschip mechanisch afgeboend wordt.