Wadden-verhalen en foto's

Heeft u iets bijzonders beleefd op de Wadden? En daarover een verhaal of gedicht geschreven dat u graag met andere wadden-fans wilt delen? Of heeft u mooie foto's gemaakt waarvan u ook anderen wilt laten genieten? Op deze pagina worden de meest actuele, leuke en originele bijdragen geplaatst.

Stuur uw verhaal en/of foto naar info@waddenzee.nl

Bouwe Hoekstrapad Terschelling

Nancy Otten

Je zult maar jeuk aan je kop hebben.

Deze koe gebruikt het naambord als krabpaal, schuurde lekker met haar kop langs het bord. Zou Bouwe dat goed vinden?

Nancy Otten, oktober 2010

_________________________________________________

 

 

 

Terschelling

Dit prachtige Waddengedicht is gemaakt door Gusta Drenth.

Gusta: Pas vorig jaar heb ik, dankzij mijn schoonzussen, mogen ontdekken hoe geweldig Terschelling is. Sindsdien ben ik er 3 x geweest en heeft het eiland een speciaal plekje in mijn hart veroverd, zoals in mijn gedicht staat beschreven.

Terschelling

Lief mooi waddeneiland.
Aan jou heb ik m'n hart verpand.
Met je duinen, met je stranden,
met je bossen en akkerlanden.
Met je dorpjes en vergezichten,
met je bootjes en havenlichten.

Lief mooi waddeneiland.
Jij ontsteekt in mij een binnenbrand.
Ik stroom over van de hartstocht.
Zò ben ik aan jou verknocht.
Bij jou neemt de noordenwind
mijn zorgen mee lieve vrind.

Lief mooi waddeneiland.
Straks kom ik weer bij jou aan land.
Kom ik genieten van jouw stilte,
van de zon en van het zilte.
Van de oost- tot aan de westkust
vind ik bij jou ruimte en rust.

Gusta Drenth, oktober 2010

_________________________________________________

Korte verhalen

Drie korte verhalen zijn ingestuurd door Marina Ilchenko, een Russische vrouw die in 2004 naar Nederland is verhuisd om samen te wonen met haar Nederlandse vriend.
"Tot die tijd wist ik weinig over Nederland en ik kon geen woord in het Nederlands zeggen. Mijn vriend heeft een oude schouw (een historisch scheepje). Mijn kennis over Nederland begon ik op de Waddenzee te krijgen. Nooit eerder in mijn leven heb ik zoiets moois  gezien. Ik was totaal sprakeloos, toen ik voor het eerst een zeiltocht over de Waddenzee maakte. Toen ik thuis kwam, heb ik die notities tot een boekje verwerkt met mijn foto's erbij. Het is eigenlijk een verhaal over ons kleine team: een kapitein, ik, onze kleine passagier Murka (onze poes) en over alles wat we tijdens die tocht op de Waddenzee hebben meegemaakt. Het boek heb ik in het Russisch geschreven, want helaas beheers ik de Nederlandse taal nog niet erg goed. Alleen een paar verhalen heb ik in het Nederlands vertaald."

Het oog van de Waddenzee

Zonsondergang boven het Wad
Marina Ilchenko

Om half vier komen we aan op de plek van onze gewenste ankerplaats. Het is nog 4,5 uur voor de volle eb. Er is nog veel water. Nog geen stukje zeebodem is zichtbaar. De zee heerst nog over het land. Het duurt even totdat het andersom wordt. Zodra we stil liggen, wordt het meteen warmer. En we doen al onze warme kleren uit. Het is maar 18-20 graden, maar in de zon, beschut tegen de harde wind is het warm. Het water is ook warm, eigenlijk zoals altijd in de Waddenzee in de zomer. Ik wacht op de eb om de onderwaterkant van de boot schoon te kunnen maken. Zodra het water iets hoger dan mijn knieën staat, neem ik een bezem en klim overboord. Het water gaat snel  weg. Ik moet opschieten om zo veel mogelijk oppervlak schoon te krijgen voor het water helemaal weg is. Als er te veel water is, is het werk niet uitvoerbaar. Als het water weg is, evenmin. Er blijft alleen maar een kleine tussenperiode, waarin ik kan toeslaan. Ik schraap met mijn bezem op de onderwaterkant van de boot zo snel als ik kan. Het is geen prettig werk. Maar mijn  bezem is daarvoor perfect geschikt. Hij is gemaakt volgens de techniek van de zeventiende eeuw, van de hardste plantenvezels ter wereld, van de  bladeren van de een of andere Afrikaanse plant. De civilisatie heeft nog geen beter spul verzonnen, dat zulke  sterk hechtende diertjes als zeepokken zo goed kan wegschrapen. Ik heb deze bezem in het Zuiderzeemuseum gekocht. Precies dezelfde bezems hielpen zeelui  van de VOC hun prachtige schepen schoon te houden tijden de langdurige zeilreizen  naar Indonesië, Japan en Australië... De gedachten eraan zijn een romantische noot bij mijn utilitaire bezigheid.  
Het is negen uur 's avonds, de volledige eb. Het is heel stil. Na het diner zitten we in de kuip en weiden onze ogen aan de prachtige zonsondergang.  De zon zakt lager en lager. Elk moment is anders, uniek en beeldschoon. Ik wil ze allemaal in mijn gedachten vasthouden....

Marina Ilchenko, september 2009

Tussen de aarde en de hemel

Zeilboot op een spiegelgladde Waddenzee
Marina Ilchenko

Het weer is mooi en de stroom gaat mee. De vloed is net begonnen. Er is geen wind, de oppervlakte van het water is spiegelglad. Het is een totaal tegenovergesteld beeld dan dat van gisteren. We doen het stormzeil, wat we voor de zeiltocht van gisteren hebben gemaakt,  alweer los, spannen de zeilen, doen de motor uit en duiken... in de absolute stilte. Maar na een paar seconden als onze oren al een beetje meer aan de stilte aangepast zijn, horen we, dat de ruimte rondom vol van geluiden is. Ze waren alleen verborgen van ons door het geluid van de motor. En nu beginnen we de stemmen van onzichtbare vogels, die elkaar roepen en het geplas in het water van onzichtbare visjes  te onderscheiden. Het is het geluid van de onzichtbare volrijke wereld van de Waddenzee. Maar opeens is één representant  voor onze ogen tevoorschijn gekomen. Kortbij de boot steekt een kop van een zeehond uit het water. Hij kijkt even naar ons met zijn grote donkerbruine ogen, vol van nieuwsgierigheid, en dan verdwijnt hij alweer onderwater. Er is nog steeds bijna geen wind, maar de stroom duwt ons vooruit. Als je naar het water kijkt, lijkt het alsof de boot op één plek blijft. Maar als je naar de door vissers gezette stokken kijkt, blijkt het dat we behoorlijk snel bewegen. Ik beslis, dat het een goede tijd voor cappuccino is. Ik maak het water warm, strooi oplosbare poeder uit zakjes in de glazen, voeg het water toe en begin te roeren. Maar het is zo stil, dat het geluid, dat een lepeltje maakt, over het hele heelal lijkt uit te bazuinen. Onvrijwillig begin ik zachter met mijn lepeltje te roeren, warmte op het hoofdgebod van de Waddenzee: "Herinner je, dat je hier niet thuis maar op bezoek bent". Ik kijk achterom. De geruste zee kaatst de hemel terug als een spiegel, en een kleine heiigheid vaagt de grens tussenin weg. Het lijkt alsof de zeilboten, die achter ons varen, in de lucht zweven.

Marina Ilchenko, september 2009

De avond in de haven

Schepen in de haven van Noordpolderzijl in de ondergaande zon
Marina Ilchenko

Het waaide de hele week. We liepen gebogen tegen de harde wind in en knipperden met onze waterige ogen. Voortdurende motregen maakte de hele omgeving grijs en onvriendelijk. De hele week hield het noodweer ons in de haven. En het leek de saaiste plek in de wereld te zijn: de grijze zee, de grijze hemel, de grijze aarde... Het leek wel dat ik vergat hoe anders deze plek er uit kon zien.   
Opeens gebeurde er iets. Ik begreep niet meteen wat. Maar natuurlijk! De stilte. Het waait niet meer. Ik klom de dijk op, stond stil en keek om me heen. Wat een stilte, lieve hemel! Niets beweegt, niets trilt. Zelfs het water in de haven lijkt van glas te zijn. En kleuren!  Wat is ermee aan de hand? De lage zon, die de hele week achter de wolken was verborgen, schijnt in de hemel met al haar kracht. Ze strooit haar stralenbundels om zich heen en kleurt alles ermee in felle fascinerende kleuren. Als een tovenaar! Maar ze is een tovenaar, de begaafdste en machtigste tovenaar op de aarde...

Marina Ilchenko, september 2009
________________________________________

 

Rondvlucht boven de Wadden

Laura Hiemstra, prijswinnares van de Lente prijsvraag 2008 stuurde ons een prachtig verslag van de rondvlucht boven de Wadden die ze mocht meemaken met de onderzoekers van Wageningen IMARES.

Lees hier haar verhaal:

De mokbaai (Texel)
De mokbaai (Texel)
Haven van Harlingen (foto's: L. Hiemstra)
Haven van Harlingen (foto's: L. Hiemstra)

"Op 18 augustus 2007 heeft er in de Leeuwarder Courant een pagina vullend verhaal gestaan over het tellen van zeehonden in de Waddenzee. Er was een grote luchtfoto bij geplaatst waarop vele tientallen zeehonden op een zandplaat te zien waren. In het verhaal zelf werd uitgelegd hoe deze tellingen gedaan worden. Met een klein vliegtuigje wordt er gevlogen boven het wad en op deze manier worden de zeehonden geteld en gefotografeerd. Blijkbaar was de schrijver van het verhaal mee geweest want al in het begin van zijn verslag liet hij weten dat het een prachtig gezicht was om de zeehonden en het wad vanuit de lucht te bewonderen. Ik weet nog dat ik het verhaal las en ronduit jaloers was op deze verslaggever van de krant...

Dat ik dat allemaal nog weet komt omdat ik het stuk bewaard heb en later nog wel eens opnieuw heb gelezen. Vooral ook bij de foto die er bij geplaatst was kon ik wegdromen. Je zou het toch maar eens mogen meemaken om de zeehonden vanuit de lucht op de zandplaten te zien liggen...

Wij hebben zelf een rubberboot waarmee we veel op het wad varen en ik blijf het iedere keer weer prachtig vinden als we onderweg  zeehonden zien zwemmen of in de verte op de zandplaten zien liggen. De eerste keer dat ik ze in het wild zag is intussen jaren geleden en  ik weet het nog als de dag van gister. Een grote groep grijze en gewone zeehonden lag op de Richel, een grote zandplaat dicht bij Vlieland. Met de verrekijker kon je ze prachtig bekijken en vanaf dat moment heeft alles wat zeehond is mijn belangstelling.

Van het wad zelf ben ik sowieso al een groot fan. Zo ga ik al jaren minstens drie keer in de week naar de zeedijk. De ene keer bij Harlingen, dan weer bij Zwarte Haan , het Noorderleeg, Wierum of Moddergat. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Prachtig licht, grote groepen vogels of de mooiste zonsondergangen. Het is er altijd weer anders en dat maakt het wad zo indrukwekkend.

En dan op een dag lees ik op de site van InterWad dat je een prijs kunt winnen waar ik bij voorbaat al opgewonden van word. Mee met onderzoekers op een vlucht om zeehonden te tellen boven de Waddenzee! Onder het motto "als je niet meedoet win je zeker niet" zoek ik drie foto's uit  -van de vele die ik al van het Waddengebied gemaakt heb-  en stuur ze naar waddenzee.nl. En dan maar duimen ... 

Eind mei zal de uitslag bekend gemaakt worden, en als ik rond die tijd op de site kijk kan ik eerst mijn ogen niet geloven. Ik heb gewonnen en mag mee met de zeehondentelling! Ik ben totaal verrast en bel meteen mijn man en verdere familie en vrienden om het te vertellen. Zij snappen allemaal waarom ik zo blij ben...

Dinsdag 1 juli was het zover. Om 12.30 uur zou ik wachten in het restaurant van het vliegveld op Texel op Sophie Brasseur van Wageningen IMARES, het kennisinstituut dat de tellingen doet. Het was een stralend mooie dag en vanaf het terras had je een prachtig uitzicht op alle af en aan vliegende vliegtuigjes. Prachtig om naar te kijken waren ook de vele parachutespringers die allemaal keurig gecontroleerd weer op het grasveld bij het vliegveld neer kwamen.

De kennismaking met Sophie was erg leuk. Ze feliciteerde me met de prijs en vroeg of ik er een beetje zin in had. Dat was nog zacht uitgedrukt, maar ik moet ook eerlijk zeggen dat ik even de bibbers kreeg toen ik zag hoe klein het vliegtuigje was waarin we zouden vliegen. Ik ben bepaald geen held als het om vliegen gaat, maar Sophie stelde me meteen op mijn gemak en deze kans liet ik natuurlijk niet lopen! Piloot Aad was volgens haar de meest ervaren en beste piloot die er was en het vliegen zelf in dit vliegtuigje was alsof je in een auto reed zei ze... Hoe dan ook, de bibbers opzij en genieten! Volgens piloot Aad (Wat leuk, dat is dezelfde meneer als die uit het verslag van de krant, net als Sophie en haar assistent!) was ik een enorme geluksvogel want hij liet me weten dat het niet vaak voorkwam dat de omstandigheden zo ideaal waren als op deze dag. Droog, onbewolkt, weinig wind en super helder.

Met z'n vieren, Sophie, Aad, assistent Hans en deze geluksvogel gingen we rond 13.00 uur de lucht in. Vanaf het vliegveld vlogen we eerst over het eiland richting veerboothaven van Texel. Prachtig om te zien was de kolonie lepelaars bij de geul, de Mokbaai, en even verder zandplaat Noorderhaaks. Aan de noordkant hiervan lagen meteen al een aantal zeehonden te genieten van de zon. Over genieten gesproken. De bibbers was ik helemaal vergeten en ik genoot van het geweldige uitzicht.  Na een rondje boven de Razende Bol gingen we richting Den Oever. Een prachtig gezicht, de zandplaten en geulen in de Waddenzee, dobberende bootjes en natuurlijk de zeehonden. Vanaf  Den Oever hebben we de Afsluitdijk gevolgd en ook dat was heel bijzonder om te zien vanuit de lucht. Kornwerderzand en daarna Harlingen waren mooie herkenningspunten. Met onze rubberboot vertrekken we vaak hiervandaan het wad op. Dat het stralend mooi weer was kon je ook aan het strand bij de stenen man in Harlingen goed zien, want vele mensen liepen of lagen langs de waterlijn. Toen richting het onbewoonde eiland Griend. We varen er vaak langs en nu was het prachtig vanuit de lucht te bewonderen met verderop in het zicht ook nog heel mooi Terschelling en Vlieland.  Onder ons ging de veerboot vanaf Terschelling richting Harlingen. 

De tijd was intussen letterlijk en figuurlijk voorbij gevlogen en helaas moesten we weer terug richting Texel. Op de Hendrik Tjaarsplaat, een zandplaat in de buurt van Harlingen lagen nog een aantal zeehonden te zonnebaden. Het is belangrijk voor de dieren om dit ongestoord te kunnen doen want op deze manier doen ze vitamine D op en dat helpt bij het verharingsproces. Weer eenmaal terug boven Texel was heel mooi aan de ene kant Oudeschild en aan de andere kant natuurgebied  De Schorren te zien. Ook hier zit een kolonie lepelaars. Dat Texel niet alleen uit duinen en strand bestaat is vooral vanuit de lucht heel mooi zichtbaar. Grote percelen weiland, in keurige vlakken verdeelt. En dat Texel meer schapen als mensen telt was ook wel te zien. Sophie liet nog weten dat ze vooral de koeien in de weilanden zo'n mooi gezicht vond en inderdaad, het zwart/bonte vee stak prachtig af tegen het groene gras.

Aan alles komt een eind en na een dik uur vliegen gingen we alweer landen en stond ik weer met beide benen op de grond. Sophie heeft me weer bij het terras van het vliegveldje gebracht. We hebben nog even nagepraat en ik heb haar natuurlijk bedankt. Ik heb ze daarna nog even uitgezwaaid want samen met Aad en Hans is ze toen opnieuw opgestegen om verder te gaan met de zeehondentellingen boven het hele Nederlandse waddengebied. 

Graag wil ik nogmaals iedereen bedanken voor een geweldig mooie ervaring.Assistent Hans voor de lekkere snoepjes, piloot Aad voor de veilige vlucht en Sophie voor haar begeleiding en tekst en uitleg onderweg. Maar bovenal wil ik laten weten: Interwad bedankt. Ik vond het fantastisch en heb er van genoten!  En o ja, het verslag uit de krant van toen?  Dat heb ik hier nu weer voor me liggen, en ben niet meer jaloers op die verslaggever..."

Laura Hiemstra, juli 2008

Meer informatie over het werk van Wageningen IMARES:

________________________________________

Poepelectro

"Met Pasen ging ik met mijn schoonfamilie mee naar een vakantiepark op Texel. De groep telt inmiddels vier pubers (17, 14, 14, 11) en twee kinderen (9, 3). Het weerbericht voorspelde een witte Pasen, dus gingen er extra veel spelletjes mee.

Als kind was ik al gek op spelletjes. Het maakte niet uit of het Monopoly was of Halma. Naast deze twee bordspelen waren er in huize Hogeweg dammen, domino, Mens-Erger-Je-Niet en het Stedenkwartet. Ik had een grote voorliefde voor spelletjes die je met meer dan twee personen moest spelen. Hoe groter de spelersgroep, hoe liever ik het had.

Het zal wel komen doordat ik onder één van de grootste jeugdtrauma's van de sixties gebukt ging: ik ben een nakomertje. De na-oorlogse babyboom was alweer elf jaar voorbij, toen op een warme nazomeravond in september mijn ouders besloten dat een vierde spruit erbij het geluksklavertje van de kinderstamboom mooi zou complementeren.

In het begin was het gezin onvoorwaardelijk enthousiast. Wat een leuke kleine meid! En kijk, die rode krulletjes, dat lieve lachje en wat slaapt ze lang dóór op zaterdagochtend.
Maar zodra ik begon te praten veranderde de stemming. Eerst onmerkbaar. Later at ik het avondmaal met moeder in de keuken, terwijl vader met de drie oudsten (17, 16, 13) in de woonkamer at. Of dit arrangement is getroffen omdat ik zittend op een kinderstoel-met-potje-eronder at of door mijn gebrabbel, is mij nooit verteld.
Wat in fluorescerend genotsroze oplicht uit mijn jeugdherinneringen zijn de zondagmiddagen waarop ik mee mocht doen met de 'groten'. Winterslang speelden zij Monopoly met de pubers van de bakker, die verderop in de straat woonde. Ik snapte natuurlijk nog niets van het spel, maar mocht samen met een 'grote' meedoen. Eén van de bakkerszonen offerde zich vaak op en liet mij die leuke groene en rode huisjes en hotelletjes op de straten van het bord zetten.

Toen broers en zus huize Hogeweg definitief verlaten hadden, waren mijn ouders de klos. Misschien zijn er ook ouders die zich niets leukers kunnen voorstellen dan om alle zondagen Monopoly of Twister met hun nakomertje te spelen, maar van de mijne herinner ik me hun klosachtige gezichten als de dag van gisteren. Solitair, Patience, lezen en schrijven kregen allengs de overhand.

Deze Pasen op Texel waren er dus genoeg groten (en kleinen) die met mij een spelletje zouden kunnen willen doen. Er zaten voor mij onbekende spelen bij: Set!, De Kolonisten van Catan (niet te verwarren met de Koning van Katoren), en het niet-bord spel: Wii (bowlen, honkbal, tennis). Ik had er zin an. Maar de Kolonisten zijn hun doos niet uitgeweest, Set! bleek te moeilijk voor mij en Wii was voor maximaal 4 personen en die waren steeds al op een bepaald level als ik aan wilde schuiven.

Op 1e paasdag was het eventjes droog. Naar buiten! Zeg je Texel, dan zeg je Ecomare. Nadat de zeehondjes gevoederd, bewonderd en gefotografeerd waren, dwaalde ik van de groep af naar de exposities van vogels, zeerariteiten en het potvisskelet.
In een soort tunnel die het riool heette stuitte ik op iets merkwaardigs. Verschillende drollen kwamen voorbij en de vraag was 'welk dier hoort bij welke poep'? Had je het goede dier ingedrukt, dan lichtte er een groen lampje op. Vol overgave speelde ik na poepelectro ook nog vogelgeluidenelectro, walvisgeluidenelectro, duinbegroeiingselectro en zeehondenweetjeselectro. Allemaal prima in je eentje te spelen! Tot overmaat van mijn paasvreugde werd er 's avonds na het eten met zijn allen gepokerd.

PS: Wist u trouwens dat Ecomare per jaar gemiddeld 10 pasgeboren zeehondjes opvangt die hun moeder zijn kwijtgeraakt en dat deze hondjes huilers genoemd worden?"

Dé Hogeweg, juni 2008
_________________________________________

Over kaden en door klaslokalen

"Sinds mijn vroege jeugd mag ik graag ergens naar toe varen. In eerste instantie met een roeibootje over het Slotermeer. Daarna onder zeil met de Lemster aak met mijn ouders over het IJsselmeer en de Waddenzee.  De lege ruimte van de Waddenzee met het droogvallen op de zandplaten vond ik een bijzondere ervaring. (...)
Op de scheidslijn van zee en land heb ik me altijd thuis gevoeld. Maar begin deze eeuw kwam ik erachter dat mijn hoofd nog niet vol zat en dat ik graag nog een studiereis zou willen maken waarbij ik meer over de achtergronden van de zee en de kust zou leren..."

Lees het hele verhaal op de subpagina 'Werkend wad'

Jaap de Jong, 20 mei 2008
_________________________________________

Ooit

"Beelden van een eenzame stilte blijven spreken. Ooit woonde ik op het eiland Texel. Met wonen werkte ik ook aldaar, halverwege Den Burg en Oude Schild, bij een klein timmerbedrijf. Een van mijn collega's van toen heette Willem, woonde in Den Hoorn en had achter de timmerwerkplaats, waar we gezamenlijk kozijnen en deuren maakten, in een van de loodsen een platbodem liggen. De naam zou genoeg moeten zeggen, een schip met een platte bodem. Nou ja, schip, boot. Maar solide genoeg om met aangehangen motor de zee en het Marsdiep op te varen.

Hij nodigde me uit, op een dinsdagavond, ergens in het voorjaar. De motor had hij al aangehangen en de boot lag klaar in de haven van Oude Schild. Het enige wat we moesten doen was aan boord gaan. Willem startte de motor, zette zich op het bankje en stuurde de platbodem de haven uit om rechtsafslaand richting Den Helder het Marsdiep over te steken, met genoeg ruimte achter de veerboot door, richting Razende Bol. We zwegen in het ritme van de motor. Ik luisterde naar het opslaan van de golven op de voorsteven. Het zout van de zee drong zich op tot in mijn voorhoofd. Het gezicht van Willem glunderde, hij was vrij en in zijn element. Het water, de lucht en de ruimte overspoelden ons. Het water was zwart, de nacht was bestrooit met sterren en de eenzame flits van de vuurtoren streek als een springende vis over het water.

We naderden de Noorderhaaks, de Razende Bol  van Texel. Met aflopende motor liet Willem de platbodem zichzelf een groef banen in het zand van de droogstaande zandplaat. Er kwam geen spat water aan de schoenen of op de kleren. Met twee flinke stappen stonden we op de zandplaat. "Nou,"zei Willem, "ik zie je straks wel weer." En liep met grote stappen de duisternis in. Hij was snel weg, misschien wel sneller dan de dood een zeeman haalt. Ik stond alleen, op de zandplaat, aan de kop van de boot in het geluid van de golven en met voor me de kust van Nederland, met rechts Den Helder over de diepte van het zwarte water en nog meer naar rechts de vuurtoren van Huisduinen, die steeds met zijn lichtbundel een foto van me scheen te maken. Links lag Texel.

Ach het eiland kende ik al zo goed. Ik kende Oude Sinterklaas op twaalf december, ik kende de sfeer van de echte eilandbewoners, hun dorpen, hun taal en misschien zelfs hun gedachten. Ik kende de leegte van de vlakte in Eierland, weet met het verhaal van de veldmuis nog te vertellen, dacht aan Henk Tippersma die ik ooit bij de bouw van de Scholengemeenschap goed had leren kennen. Aardige Henk, die in een caravan op het bouwterrein woonde, met wie ik musiceerde, traporgel - harmonium, gitaar en dwarsfluit, vallende zakken en het doortrekken van de w.c. om dit soort geluiden in een lange sessie op te nemen.. Ongelukkige Henk, die een pneumothorax  had gehad en daardoor zijn studie dwarsfluit aan het conservatorium had moeten opgeven. Ik zou hem graag ooit nog eens ontmoeten, maar na vierendertig jaar zal dit waarschijnlijk nooit gebeuren. Maar toch, ik denk niet de gedachten die ik dacht toen ik daar langs de vloedlijn van het water op de Razende Bol liep. Het is te lang geleden, de tijd is ook een zee die levens neemt.

"Het water komt op, binnen een uur staat de plaat weer helemaal onder water," onderbrak Willem mijn gedachten. "Hoe vind je het?" "Indrukwekkend is er nog een te stil woord voor," antwoordde ik hem, "Een mens heeft zoveel gedachten dat het te kort is om er veel van te onthouden. Maar dat ik reflecterend in en met mezelf heb gestaan, is zeker."

Natuurlijk heb ik dit toen niet gezegd, Dit is het residu van de tijd die me elke keer weer andere woorden en beelden geeft. Maar de beelden zijn gebleven, de kust, de vuurtoren, het eiland, alles over het zwart van het water onder de sterren van de nacht in de eenzaamheid, wetende dat Willem ergens op de zandplaat was, wetend dat als ik de kaart van Nederland bekijk, ik de Razende Bol altijd lees en eigenlijk langer dan toen ben blijven staan.

We moesten terug en gingen, later die week, makreel en sliptong halen in Oude Schild. We staken ze aan pennen en rookten ze in de bewaarde eikenhouten krullen. Het was vrijdagmiddag geworden. Trees, de vrouw van aannemer Martin, had de roomboter in de koekenpannen laten smelten, de sliptong werd met twee vriendelijke kerfjes gestript en gleed lachend in de boter. Er stond bier op tafel en het personeel kwam van alle klussen naar de werkplaats voor een versgebakken sliptong, de gewone gesprekken en gerookte makreel voor thuis.

Frank Abilard; 10 april 2008
_________________________________________

Het Wad blijft verrassen

"Maandag 17 maart 2008 ging ik met de Stichting Vrienden van Rottumeroog en Rottumerplaat (SVRR) met nog 5 vrijwilligers een dag naar Rottumerplaat voor opruimwerkzaamheden. Althans dat was de bedoeling.'s Morgens om 8 uur vertrokken we vanuit de Eemshaven met een boot van Rijkswaterstaat (RWS), met aan boord behalve de vaste bemanning (schipper en machinist) ook 2 RWS mensen die op het 'onbewoonde' eiland zouden achterblijven voor werkzaamheden. En er moesten 2 Staatsboswachters van Plaat opgehaald worden die er het weekend waren geweest, voor observaties neem ik aan.
Gelijktijdig voeren 2 mensen van Min. LNV mee, waarvan een zoveeljaarlijkse bodemmonsters moest doen in die omgeving, de ander voer mee voor de collegiale contacten RWS-LNV op het wad, omdat het inspectievaartuig van LNV voor onderhoud uit de vaart was. Efficiente logistieke planning dus, ware het niet dat de natuur roet in het eten gooide. De harde Noorwesterwind in combinatie met afgaand water zorgde ervoor dat we de onbetonde geul tussen Rottumerplaat en Rottumeroog in de woeste branding op het oog niet konden vinden. Ook niet met behulp van alle elektronische hulpmiddelen aan boord.

Uitgerekend waren van die plek ook geen lodinggegevens beschikbaar, dus dwong goed zeemanschap de schipper achteruit terug te varen door de branding. De voor ons bedoelde reddingvesten van de SVRR die in het bijbootje op het achterdek lagen konden het geweld aan water niet aan en bliezen zich zelf op. De kist met lieslaarzen vulde zich eveneens met zeewater. De broodvoorraad in de koelbox die mee naar het eiland zou gaan voor de achterblijvers kon naderhand uitgewrongen worden. Kortom: een natte boel daar buiten. Binnen hielden niet alle magen het.

De volgende poging om Plaat te bereiken ging over het wad, dus terug naar de Eems, het Groninger wad op, waar een tijstop van circa 3 uur ons dwong tot onthaasten, het gezamenlijk invullen van kruiswoordpuzzels in oude kranten en staren over het wad waar Maartse buien overheen trokken. Er was geen hond te zien op het bijna droge wad, laat staan een zeehond. Uiteindelijk naderden we einde middag tegen zessen de basaltkeien dam op de zuidoostpunt van Rottumerplaat, waar twee figuurtjes in de striemende ijskoude buiwind stonden te wachten om opgepikt te worden. Het hoge water zorgde ervoor dat we redelijk dichtbij konden komen met ms Regulus. De inmiddels van zeewater, zwemvesten en lieslaarzen ontdane bijboot moest er nog wel aan te pas komen om de mensen droog over te zetten.

Uiteindelijk konden we zelf na 13 uur onze voeten weer op vaste bodem zetten in de Eemshaven, de getroffenen door zeeziekte waren die ellende allang weer vergeten. We hebben de 'werk'dag mede 'overleefd' dankzij de StaatsBruineBonen soep die meekwam vanaf de Plaat, want met je eigen lunchpakketje red je het niet zo'n dag. De RWSboot had geen noodrantsoen aan boord. Grapjes over kannibalisme kwamen al boven. Als we SBB mogen geloven valt er veel niet-gebieds-eigen aanspoelsels op te ruimen op de 'onbewoonde' eilanden. Waar binnenkort vogelwachters de broedvogels weer gaan 'bewaken'. Voor onszelf staat het wadvaarseizoen op springen. Zien wat we dan weer meemaken op het immer verrassende wad."

Els Knol-Licht, 20 maart 2008
________________________
________________

Getij

"Nooit gedacht dat ik nog eens een dom liedje zingend in een open vrachtwagen zou zitten. Toch is het gebeurd. Dat kwam zo..............." (bekijk het hele verhaal met foto's)

Dé Hogeweg, 28 februari 2008
________________________________________

Bron: InterWad
Datum: 7 oktober 2010