Marc van Rijsselberghe, zilte teler

Webredacteur Jelle Rijpma maakt een ronde langs de velden in het Waddengebied. Hij interviewt vertegenwoordigers van een bonte verzameling aan waddengerelateerde initiatieven en organisaties. Deze lopen uiteen van adviseurs, wetenschappers en bestuurders tot kunstenaars havenbazen of vissers. Dit resulteert in korte weergaven van uiterst diverse en soms verrassende ontmoetingen.

Als negende in de reeks: Marc van Rijsselberghe, zilte teler

Datum: 29 oktober 2014

Marc van Rijsselberghe, zilte teler

De terreinwagen zoeft soepel vanaf de veerhaven richting den Hoorn. “Goed dat je er bent”, zegt Marc van Rijsselberghe, eigenaar van een proefbedrijf voor zilte gewassen op Texel. “Een beetje publiciteit is nooit weg. We hebben zelfs al aandacht van de BBC, echt waar. Mooi allemaal, maar je moet natuurlijk wel op de balans letten tussen de PR en het echte werk. Er moet wel doorgewerkt worden. We zijn er.” De auto stopt bij een authentieke schapenboet, midden in het Texelse landschap.

Het interieur van het originele gebouw is zoveel mogelijk intact gelaten. Oude balken en spanten tekenen de sfeer. De rest is gemoderniseerd tot een fraaie presentatieruimte, inclusief beamer en projectiescherm. “Het begint allemaal bij de hoeveelheid zout water op de wereld ten opzichte van het zoete”, legt van Rijsselberghe uit, terwijl de beelden en grafieken op het scherm verschijnen. “Slechts 2% van het water op deze aardbol is zoet. 70 % daarvan wordt gebruikt voor de landbouw, waarvan 50% bedreigd wordt door zout. Als je dan weet dat 3,5 miljard mensen in verzilte gebieden wonen, dan is het idee om landbouwgewassen te kweken die tegen zout kunnen niet onlogisch.”

“Belangrijk is vooral wat wij de ‘waterfootprint’ noemen. Dat is de hoeveelheid water die nodig is om een kilo product te maken. Voor een biefstuk, bijvoorbeeld, is die footprint enorm hoog. Voor een kilo heb je liters en liters water nodig. Een aardappel is heel erg zuinig met water. Voilá.” Van Rijsselberghe beschrijft zijn selectiemethodiek voor te gebruiken gewassen als ‘darwinistisch’. “Het is vrij simpel”, legt hij uit. “We planten verschillende gewassen en behandelen deze met water van verschillende zoutsterktes via druppelirrigatie. Vervolgens kijken we welk gewas als eerste dood gaat. Dat valt dus af. Zo houd je de sterkste over en daar ga je mee verder. Dat is het dan in een notendop hè? We hebben wetenschappers in dienst die zo’n proces heel precies ontwerpen, begeleiden en toetsen.”

“Een succesnummer? Dat is de Miss Mignonne, een smakelijk aardappelras. We hadden al eerder rassen gevonden die goed op zilte grond groeiden, maar ze moeten wel lekker zijn. Dat is lang niet altijd het geval. We laten de aardappelen proeven door echte professionals, en de Miss Mignonne ging eigenlijk steeds beter smaken naarmate het zoutgehalte in de grond toenam. De proevers maken zelfs melding van ‘fruitigheid’. Dat kan ik er dan zelf niet in proeven, maar ik ben dan ook geen smaakexpert. Maar lekker zijn ze, en daar gaat het om.”

Op het proefbedrijf wordt meer geteeld dan alleen aardappelen. Alledaags klinkende gewassen als kool, wortel en ui, bijvoorbeeld, maar ook luxere gewassen als zeevenkel, lamsoor en rucola. “Dat zijn toch meer de producten voor een niche-markt”, zegt van Rijsselberghe. “Dan zit je in de culinaire hoek”.

De producten worden aan de man gebracht via de handelsonderneming Texel Saline. “Waar het proefbedrijf zich echt richt op de wetenschap en de teelt, richt Texel Saline en het merk Marc Foods zich puur op de handel. Of het rendabel is? We genereren ook geld uit de verhuur van testlocaties, om maar iets te noemen. Het hangt allemaal van de vraagontwikkelingen af. Soms liggen die op wereldniveau. Een voorbeeld is de export van aardappelen naar Pakistan. Maar wat betreft de grote investeringen en ontwikkelkosten helpen de bijdragen van fondsen enorm, zoals het Waddenfonds.”

Tegen het einde van het gesprek geeft Van Rijsselberghe’s mobiele telefoon geluid. “Sorry, deze moet ik even… excuus”. Er volgt een kort gesprek in het Engels, waarin de beller verwezen wordt naar de betreffende wetenschapper van het proefbedrijf, ‘to answer the questions in your broadcast. Yes, goodbye’. “Jawel, dat was de BBC”, zegt een trotse van Rijsselberghe. Je zult wel gedacht hebben, BBC, het zal wel. Maar toch is het echt. Ik sprak laatst iemand die zei dat ie de zwager van Poetin had gesproken. Dan denk ik dat ook hoor, het zal wel.”

U kunt op dit interview reageren. Reacties worden gescreend op taalgebruik voordat ze gepubliceerd worden.

De  uitzending van BBC World: https://www.youtube.com/watch?v=tEjX7ZVtC-0