John Melis: Ecologisch advies

Webredacteur Jelle Rijpma maakt een ronde langs de velden in het Waddengebied. Hij interviewt vertegenwoordigers van een bonte verzameling aan waddengerelateerde initiatieven en organisaties. Deze lopen uiteen van adviseurs, wetenschappers en bestuurders tot kunstenaars havenbazen of vissers. Dit resulteert in korte weergaven van uiterst diverse en soms verrassende ontmoetingen.

Als tweede in de reeks: John Melis van ecologisch adviesbureau Fryslân Grien

Datum: 10 september 2014

Ecologisch advies: Fryslân Grien

In het terrarium schikken twee hagedissen zich met stijve bewegingen rond een bakje meelwormen. Ernaast een aquarium met weelderige plantengroei waarin weggevangen zonnebaarzen zwemmen. Een waarschuwing voor de twee katten, “die visite flink voor zich kunnen opeisen”, maakt vervolgens overduidelijk dat John Melis, eigenaar van ecologisch onderzoeksbureau Fryslân Grien, dol is op dieren. “Een passie. Mooi dat ik van mijn liefhebberij mijn vak heb kunnen maken. En dat voor een voormalig ICT-manager.”

Hoewel zijn interesse in de natuur heel breed is, heeft hij zich de laatste jaren toegelegd op het onderzoek naar vissen. “Ik zit nu in een afrondende fase voor het maken van de visatlas van Friesland. Ook het Wetterskip en de Waddenacademie zijn hiervan sponsoren. Ik ben 7 jaar met de RAVON Werkgroep VissenOnderzoek Friesland bezig geweest met de datacollectie. Gewoon, met schepnetten of zegenbemonstering, maar ook met het verzamelen van andermans data en de coördinatie daarvan. We hebben nu een goed beeld van welke vissoort waar voorkomt. Ja, het visatlasproject is inderdaad een soort levenswerk, een mijlpaal. Na de atlas ga ik me verder specialiseren op alles rondom vissen onder de bedrijfsnaam John Melis ecologie.”

Vanuit zijn expertise is Melis betrokken geweest bij projecten rond vismigratie. Zo werkte hij mee aan het project ‘Ruim baan voor vissen in het Waddengebied’, waarin innovatieve oplossingen worden aangedragen om vispassages te maken. Verschillende vissoorten uit de (Wadden)zee planten zich voort in het zoete water van de provincies Noord-Holland, Friesland, Groningen, en Drenthe. Of ze trekken juist van het zoete naar het zoute water om daar te paaien. De aanwezigheid van dijken, gemalen, sluizen en stuwen maakt het hen erg moeilijk om van het ene naar het andere water en door de binnenwateren te zwemmen.

“Ook zo’n vismigratierivier in de Afsluitdijk is natuurlijk van groot belang. Maar wat wel eens vergeten wordt bij het mogelijk maken van vismigratie is dat er verderop altijd weer nieuwe obstakels zijn. Is migratie naar het IJsselmeer wel genoeg? Sommige vissoorten moet verder de polders in, en als ze daar niet door de gemalen kunnen, dan wordt er niet gepaaid. Dat geldt overigens ook voor de vispassages bij Zwarte Haan en Roptazijl. Investeren in de vismigratierivier is prima, maar waterschappen moeten niet gedwongen worden op inlandse migratieaanpassingen te bezuinigen, want anders heeft het maar beperkt zin.”

“Of de vismigratierivier van commercieel belang is voor de palingstand? Een stabiele reproductie van paling is natuurlijk goed voor vissers. Toch speelt er veel meer dan dat alleen. De driedoornige stekelbaars is bijvoorbeeld prooi voor vele vissoorten. Als die massaal kan migreren gaat het de goede kant op. Dat is een teken van een goede waterkwaliteit. In zijn algemeenheid is de kwaliteit van het water trouwens sterk verbeterd. Als ik vroeger een scharretje ving met gezwellen door de verontreiniging, dan dacht ik er niet aan om hem in de pan te doen. Dat is nu beter hoor, er is veel bereikt.”

Als laatste een pleidooi. Projecten als de vismigratierivier leveren een schat aan nieuwe gegevens op. “Blijf monitoren”, zegt Melis, “en kijk of ’t werkt. Dat maakt het plaatje compleet. Een tijdje geleden deed ik een trekje met een net in het IJsselmeer. Dat zat vol met jonge roofblei. Bijzonder toch? Wie weet zwemt er straks rivierprik in de grachten van Dokkum.”

Website Fryslân Grien

U kunt op dit interview reageren. Reacties worden gescreend op taalgebruik voordat ze gepubliceerd worden.